Down the rabbit hole, of mijn ResearchGate verslaving

rabbit hole

Je weet wel, het konijnenhol waar Alice (van Wonderland) doorheen valt en allemaal avonturen beleeft? Mij doet het beeld denken aan de  gedachtekronkels in mijn hoofd. Aan de manier waarop mijn associaties mij dikwijls zomaar van het rechte denkpad af laten dwalen. Ik tuimel door het gat heen en kan vervolgens niet meer zomaar terugklauteren, want ik ben de tijd helemaal vergeten en weet ook niet meer wat ik ook alweer aan het doen was. Leuk hoor, maar ook wel lastig. En internet maakt die tuimeling nog veel makkelijker: in een YouTube filmpje had een ADHD-vlogger het over ‘falling down the Youtube hole’. Hoe je door het (konijnen?)hol  van YouTube kunt vallen en al klikkend steeds verder wegdrijven van wat je eigenlijk aan het doen was.

Ik heb dat niet alleen met YouTube, maar ook met ResearchGate. Als rechtgeaarde nerd vind ik ResearchGate geweldig. Het is een soort facebook voor onderzoekers: je maakt als onderzoeker een profiel aan, voegt collega-onderzoekers als ‘ResearchGate-vrienden’ toe en zet al je wetenschappelijke artikelen online. Vervolgens mag je ongegeneerd urenlang door al die andere artikelen snuffelen. En het meest geweldige is dat er onder elk artikel weer een hele lijst staat van nieuwe wetenschappelijke studies, die naar dit onderzoek hebben verwezen.

Zo ben je wel even zoet. Vooral natuurlijk als je niet alleen een nerd bent, maar ook ADHD hebt. Want dan laat je je maar al te graag lekker afleiden. En klik je impulsief op elke titel die ook maar een klein beetje nieuwsgierigheid opwekt. En vergeet je vervolgens niet alleen de tijd, maar ben je ineens ook kwijt waarom je hier ook alweer was beland en wat je nou eigenlijk op had willen zoeken. Ja, het konijnenhol dus.

Vind een beroep waarbij je professioneel ADHD’er mag zijn, las ik ergens. Misschien heb ik het gevonden. Want sinds kort doe ik een cursus wetenschapsjournalistiek. En waar ik heel even bang was dat ik nooit genoeg onderwerpen zou kunnen verzinnen om over te schrijven, weet ik nu wel beter. In het ResearchGate konijnenhol kom ik vanzelf zoveel onderwerpen op het spoor dat ik nooit om inspiratie verlegen hoef te zitten. Alleen moet ik dan natuurlijk wel zorgen dat ik ook weer úit het konijnenhol kom, anders komen die artikelen er natuurlijk nooit.

Op eigen risico: http://www.researchgate.net.

Advertenties

Stiekeme hyper trucjes

Ik ben geobsedeerd door adhd. Ik kan me niet inhouden, ik wil er het liefst de hele dag over lezen, praten en schrijven. Dat gezegd hebbende durf ik nu aan deze blog te beginnen, die wéér over adhd gaat, en misschien dat er de komende tijd wel heel weinig variatie in zal zitten. Stiekem wordt dit gewoon mijn ADD-blog.

Ik wilde het hebben over Hyper. Want wat is hyper nou eigenlijk?

Er zijn twee groepjes symptomen van adhd: onopletendheid (dus aandachtsproblemen) en hyperactiviteit/impulsiviteit. Daar horen drie types adhd bij:

  • het type ‘overwegend onoplettend’ (vroeger, en in de volksmond nog steeds, ADD),
  • het type ‘overwegend hyperactief’ (vroeger HD),
  • en het gecombineerde type (vroeger, en in de volksmond, ADHD).

Ik heb zelf natuurlijk het niet-echt-hyper, dus overwegend onoplettende type. Want ik kon als kind heel goed op mijn stoel blijven zitten en zat liever een boekje te lezen dan dat ik rond ging rennen met de andere kinderen. Maar ik ben een boek aan het lezen over adhd bij volwassenen, en toen ik de kenmerken van hyperactiviteit las vroeg ik me af of ik stiekem niet veel hyperder ben dan ik dacht. Want je kunt op heel veel manieren hyper zijn, ook op manieren die je van de buitenkant niet echt ziet.

En dat lost ook een vraag op die ik had over jongens vs. meisjes met adhd. Want zoals ik al fanatiek op facebook heb zitten spammen, is de onderdiagnose van meisjes nu ineens in het nieuws door deze campagne die Women Inc is gestart en die mij erg raakt. Maar in de nieuwsberichten hierover zeggen deskundigen steeds: meisjes met adhd keren meer naar binnen, jongens meer naar buiten, en daarom valt het bij jongens meer op. Dat klinkt dus als: meisjes hebben vaker ADD, jongens vaker ADHD. Alleen is dat dus niet waar: net als jongens hebben de meeste meisjes het gecombineerde type. Er zijn wel meer meisjes dan jongens met ADD, maar bij allebei is ADD ver in de minderheid. De meeste meisjes met adhd zijn dus óók ‘gewoon’ hyperactief. Maar misschien zijn meisjes dan wel vaker hyper op een verstopte manier?

Al dan niet verstopt hyper kun je zo zijn (overgetypt uit DIVA, een officieel diagnostisch instrument):

  • Moeite met stilzitten
  • Met de benen wiebelen
  • Met een pen tikken of met iets spelen
  • Nagels bijten of in haren friemelen
  • Onrust kunnen beheersen, resulterend in spanning
  • Ouders zeiden vaak ‘zit stil’
  • Niet normaal op een stoel kunnen blijven zitten
  • Symposia, lezingen, kerk etc. vermijden (omdat je dan lang stil moet zitten)
  • Liever rondlopen dan zitten
  • Nooit lang stilzitten, altijd in beweging zijn
  • Gespannen vanwege moeite om stil te zitten
  • Excuses verzinnen om te mogen lopen
  • Zich innerlijk onrustig of gejaagd voelen
  • Steeds het gevoel hebben bezig te moeten zijn
  • Zich moeilijk kunnen ontspannen
  • Praten bij activiteiten waarbij dit niet gepast is
  • In gezelschap snel haantje de voorste zijn
  • Luidruchtig zijn in allerlei situaties
  • Activiteiten moeilijk rustig kunnen doen
  • Moeite om zacht te praten
  • Niet rustig naar tv of films kunnen kijken
  • Altijd maar bezig zijn
  • Altijd maar doorgaan
  • Over eigen grenzen gaan
  • Moeilijk los kunnen laten, doordraven/drammen
  • Zo druk praten dat mensen het vermoeiend vinden
  • Bekend staan als drukke prater
  • Het moeilijk vinden om te stoppen met praten
  • Anderen geen ruimte geven in een gesprek
  • Veel woorden nodig hebben om iets te zeggen
  • Een flapuit zijn, het hart op de tong hebben

Ok, ik ben nog maar halverwege en heb geen zin meer om de rest ook nog over te typen (“saaie taken vermijden” heet dat op z’n DIVA’s), maar ik denk dat het wel een idee geeft. Je kunt dus ook hyper zijn zonder rondjes te rennen. Sterker nog, het meeste heeft helemaal niks met rondjes rennen te maken.

Zelf herken ik bijvoorbeeld het veel woorden nodig hebben, doordrammen, over eigen grenzen gaan, moeilijk kunnen ontspannen en áltijd ergens mee friemelen. Eentje die er niet bij staat maar die ik wel heb, is dat ik de hele dag door mijn beenspieren steeds even aanspan en dan weer loslaat. Het eerste wat ik merkte bij mijn eerste pilletje was dan ook dat het ineens zo makkelijk was om mijn benen helemaal te ontspannen.

Welke stiekem-hyper trucjes herkennen jullie? Bij jezelf, bij mij, bij anderen…

But I try

image

De dagen na het overlijden van David Bowie begon mijn vriendin fanatiek via Spotify naar een ‘best of’ afspeellijst te luisteren. Als eerbetoon aan één van haar helden. En zo raakte ik ineens verslaafd aan het liedje ‘Modern Love’, dat ik nu bijvoorbeeld al een half uur op repeat heb staan.

Ik ken eigenlijk alleen de meest bekende Bowie hits en Modern Love dacht ik niet te kennen, maar het kwam me wel vaag bekend voor. Ik bleek ‘m te hebben gehoord in de soundtrack van de film Frances Ha. Eén van de beste films is die ik ken over wat tegenwoordig ‘dolende dertigers’ wordt genoemd.

Nou word ik over anderhalve maand dertig. En ja, ik heb last van een dertigerscrisis, al heb ik het meeste getob alweer achter me gelaten. Ik begon er een paar jaar te vroeg mee, toen kwam er een burnout overheen en nu ben ik toch vooral blij dat ik weer bijna beter ben en kan ik al dat gedool wat beter relativeren. ‘Been there, done that’, zei zij en zwiepte haar haar arrogant over haar schouders.

Nee, zo simpel is het natuurlijk niet, en ik wil het gedool ook niet bagatelliseren. Ik ken bijna niemand die geen last heeft van dertigersgedool. Of ze nou dertig zijn of vijftig – of is het in dat laatste geval dan weer een midlifecrisis? – om mij heen loopt men massaal rond met getob over relaties, kinderen, werk en zingeving.

Een conventionele relatie met één persoon, of de vrije, maar onwennige wereld van de polyamourie? Een vaste baan onder je niveau, of alle zekerheid opgeven voor een onderbetaalde en tijdelijke droombaan? Een niet zo lekker lopende relatie forceren omdat je een kinderwens hebt, of toch maar het risico nemen dat je niet meer ‘op tijd’ iemand tegenkomt? En zelfs: het klooster in of toch een werelds leven?

Er wordt wat afgetobd om me heen, en dat vind ik ergens wel fijn. Het troost me dat ik niet de enige ben die het allemaal niet zo goed weet. En zo troostrijk was ook die film, Frances Ha; een prachtige zwartwitfilm waarin naturel en met veel improvisatie wordt geacteerd.

Frances woont samen met haar beste vriendin, en haar leven draait om die vriendschap. Maar die vriendin vindt het wel weer genoeg met het vrije twintigersleven en wil samenwonen met haar vriend. Terwijl de één het gebaande pad ingaat van samenwonen en kinderen krijgen, weet de ander niet zo goed wat er nu nog van haar leven over is. We zien haar aandoenlijk veinzen dat ze de vrijheid omarmt, door zomaar op het vliegtuig naar Parijs te stappen – waar ze vervolgens eenzaam in een appartement om zich heen zit te kijken, want de Parijse vrienden met wie ze wel spontaan had af willen spreken zijn niet eens thuis.

Ondertussen blijkt ze ook nog eens niet het talent te hebben om haar droom te kunnen bereiken: ze is een prima balletdanseres, maar niet goed genoeg voor de top. Maar uiteindelijk vindt ze voorzichtig toch haar plek. Schipperend tussen ‘je passie volgen’ en genoegen nemen met de middelmaat. De middenweg zoekend tussen opgeven en doorzetten.

En tussen al dat gedool en die af en toe hartverscheurende eenzaamheid is er dan David Bowie met Modern Love.

Ik snap wel dat ze voor dat liedje hebben gekozen. Met zo’n prachtige samenvatting van het dertigersdilemma. Want Bowie gelooft niet in ‘modern love’ met al haar gefladder en bindingsangst en gebrek aan commitment, en wil zwichten voor de traditionele liefde (‘church on time’), maar dat is het ook niet, want dat ‘makes him party’ en ‘terrifies him’. Dan maar je vertrouwen stellen in de relatie tussen ‘God and man’, je stort je op religie, op filosofie, op een diepgrondige bestudering van het leven, of misschien wel op de banenjacht of op het zo nodig creatief willen zijn. Tot dat je ook weer de keel uit begint te hangen. (Dat alles haalde ik niet meteen uit de lyrics hoor; ik las deze mooie analyse.)

Maar het mooiste is die prachtige akkoordencombinatie, gejat van Little Richard las ik, die zo vergevingsvol klinkt, een combinatie van begripvolheid en relativering. En dat is precies hoe ik me nu tot mijn dertigersgedool verhoud. Of wil verhouden. Ik klaag wel maar met een vrolijke toon. We dolen allemaal.

I’m standing in the wind. I’m lying in the rain. I never wave bye-bye. But I try. I try.

En voeg daar dan nog eens Frances aan toe die balletdansend door de stad rent op en je dag is weer helemaal goed, ik beloof het:

(En dan nu allemaal door naar Spotify om het liedje verder te luisteren, op repeat!)

Klussen met 2 linkerhanden: 7 wijze lessen

Poe, een blog consequent bijhouden is nog niet zo makkelijk. En al helemaal niet als je zo graag super op tijd wil zijn met nieuwe blogs, dat je het bijltje er bijna bij neer wil gooien als dat even niet lukt. Maar ik ben weer met frisse moed opnieuw begonnen. Bij deze presenteer ik u mijn nieuwste avontuur: klussen met twee linkerhanden. Het kan!

DSCN2464

Dingen zijn niet zo mijn ding.

Ik ben een onhandige intellectueel met een slechte motoriek en – tot kortgeleden – weinig interesse in Dingen. Ik kon als kind al niet binnen de lijntjes van een kleurplaat kleuren. Op de middelbare school deed ik alles verkeerd bij techniek. De instructies gingen mijn ene oor in, het andere oor uit, en ik moest alle stappen honderd keer navragen bij klasgenootjes of, als die begonnen te zuchten, bij de naar oud zweet riekende techniekleraar. Mijn benen zitten vol blauwe plekken omdat ik tegen van alles aan stoot. Ik gooi regelmatig thee over mezelf heen, bijvoorbeeld omdat ik ondertussen een verhaal aan het vertellen ben en mijn kopje dan ongemerkt steeds schuiner houd.

Maatschappelijk opgevoed tot vrouw

Naast dat alles ben ik ook nog eens maatschappelijk opgevoed tot vrouw. Ik kreeg vroeger kookles van mijn moeder, maar geen klusles van mijn vader. Mijn vrouw heeft in haar jeugd wel flink meegeklust met haar vader, want haar ouders wisten toen nog niet dat ze een vrouw aan het opvoeden waren. Je zou dus denken dat zij met gemak alle klussen in huis ter hande neemt. Maar helaas heeft techniek ook haar interesse nooit zo gehad en is er heel veel aandringen voor nodig om haar richting boor te bewegen.

Dit probleem hebben we tot nu toe opgelost door:

  • Niet te klussen in huis.
  • Dingen op te hangen met plakkers en magneten in plaats van vastgeschroefde haakjes.
  • Eens in de zoveel tijd een vader te bestellen, die dan uit resp. Limburg of Noord-Brabant naar Utrecht rijdt om voor ons de lampen op te hangen of het laminaat te leggen.

Maar toch. Heb ik. Vandaag. Een. Thermostaat. Aangesloten! Helemaal alleen.

En ik heb er deze lessen van geleerd.

Les 1. Let goed op bij de techniekles – 15 jaar later ben je er dankbaar voor.

Ik begon vol goede moed de oude thermostaat los te schroeven. Toen dat met enig geweld was gelukt zag ik een paar gekleurde draadjes en dacht: aha, iets met elektriciteit.
DSCN2458Beelden van de techniekles kwamen naar boven. Iets met een rood en een groen draadje en iets met een tang waarmee je de witte randjes weg kon halen. En iets met: heel voorzichtig zijn, want als je het uiteinde van het draadje aanraakt sta je onder stroom. Ik besloot de stroom uit te schakelen.

Les 2. Zorg altijd voor een opgeladen telefoon.

Ik pakte de nieuwe thermostaat. In handleiding las ik dat je de gekleurde draadjes ergens in moest stoppen. Probleem echter: welk draadje moest waarin? Er waren twee draadjes* en drie dingetjes om ze in te stoppen. In de handleiding stond: “sluit de draden aan volgens het aansluitschema”. Maar er stond niet wat dat aansluitschema was of waar je ‘m kon vinden. DSCN2463

Ik pakte mijn iPad om te kijken of er op internet misschien ergens aansluitschema’s te vinden waren. Want op internet staat altijd alles. Maar ik had geen internet. Want ik had net de stroom uitgeschakeld. Mijn telefoon heeft 3g, maar de batterij van mijn telefoon was leeg. Dat is de batterij van mijn telefoon wel vaker op cruciale momenten.

*Op de foto zie je een derde draadje, maar die zat ‘dicht’ (niet gestript) en was duidelijk niet in gebruik geweest.

Les 3. Kijk om je heen als je een probleem hebt.

Ik besloot de stroom dus maar weer aan te zetten, zodat ik via mijn iPad op internet kon. Tevergeefs klikte ik alle schakels in de meterkast meerdere keren naar boven en beneden. Geen internet. Geen geruststellend geluid van de printer die zichzelf opstart. Geen stroom.

Ik besloot rustig te blijven en keek om me heen. Ik zag een handleiding hangen. Het eerste woord dat me opviel was ‘aardlekschakelaar’. Ik wist niet meer precies wat een aardlekschakelaar was, maar zag in de meterkast ineens dat er bij twee knopjes ‘aardlekschakelaar’ stond, en dat de ene naar boven stond en de ander naar beneden. Ik besloot de tweede ook naar boven te doen en hoorde het geluid van de printer die aan ging. En had weer internet.

(Voor wie het iets kan schelen: de aardlekschakelaar bleek een schakelaar te zijn die uit zichzelf een deel van de stroom uitschakelt als je kortsluiting hebt, wat dat ook mag wezen. Je kan ‘m echter ook zelf met de hand uitzetten en dat had ik per ongeluk gedaan.)

Les 4. Op internet vind je de oplossing van bijna alles. Maar soms moet je gewoon even iets van de andere kant bekijken.

Op internet vond ik al snel de informatie dat het niet uitmaakt in welk gaatje je welk draadje stopte. Alleen stond er dan weer niet wélke van de drie gaatjes ik moest gebruiken.  Ik besloot het dan maar gewoon uit te proberen – er waren immers maar drie opties. Ik deed de stroom weer uit – dit keer iets minder rigoureus – en ging aan de slag, waarbij ik de thermostaat even om moest draaien. En tada: aan de achterkant van de thermostaat stond een tekening die bij nadere inspectie een aansluitschema bleek te zijn. Na heel veel gefriemel met schroefjes die niet helemaal los gingen maar ook niet helemaal los bleken te hoeven, waren de draadjes aangesloten.

DSCN2461

Les 5. Koop van tevoren een elektriciteitsmetertje.

Nu moest ik nog de thermostaat vastmaken aan de muur. Met een boor. Dat vond ik natuurlijk helemáál niet eng want ik ben helemaal nóóit bang dat ik bij het boren per ongeluk een elektriciteitsleiding raak en ter plekke dood neerval. Nou ja, ik vond het een beetje eng. Maar er zaten geen stopcontacten in de buurt en de elektriciteitsdraadjes kwamen duidelijk recht van boven, dus ik dacht dat ik daarnaast wel gewoon zou kunnen boren. Toch nam ik mezelf voor om snel eens zo’n metertje aan te schaffen waarmee je kunt meten of er een leiding in de muur zit. Want het was toch jammer geweest als mijn vrouw vanavond bij thuiskomst een geëlektrocuteerde Tamar op de grond had aangetroffen. We zijn nog niet eens een jaar getrouwd.

DSCN2465

Les 6. Probeer eens wat uit.

Ik besloot het bescheiden risico tot elektrocutie op de proef te nemen en te gaan boren. Maar ook nu hielp de handleiding niet mee. Er stond dat ik de bijgeleverde schroeven en pluggen moest gebruiken om het ding vast te zetten – dat had ik zelf ook al bedacht. Maar welke maat boor moest ik gebruiken? Wat voor boor, überhaupt? Ik besloot gewoon maar wat te gaan doen. Ik koos voor de houtboor omdat we veel houten muren schijnen te hebben in huis, en ik begon maar gewoon met de kleinste. Daarna pakte ik steeds een grotere maat, totdat de plug erin paste. Ik heb uiteindelijk alle boren uit het doosje gebruikt. Pas bij de grootste boor uit het doosje paste de plug in het gat.

Les 7. Bekijk het van de positieve kant.

Ik schroefde de thermostaat vast. En merkte daarbij dat de plug heen en weer bewoog in het gat. Het gat was blijkbaar toch te groot. Nu heb ik dus een wiebelthermostaat. In een slechte bui zou ik kunnen denken: ik heb het verkeerd gedaan, ik kan niet klussen. Maar je kan er ook anders naar kijken. Eigenlijk is de thermostaat op deze manier namelijk heel flexibel. Hij kan namelijk bewegen. En flexibiliteit is, zoals iedereen weet, een hele goede eigenschap.

Heb jij ook twee linkerhanden? Of is klussen je grootste hobby?

(G)een stuiterbal

Twee weken geleden schreef ik voor het eerst over mijn ADD diagnose. Omdat er zoveel over te zeggen is, ga ik daar de komende tijd nog lekker mee door. Vandaag schrijf ik over ‘druk’ zijn. Maar ook over niét druk zijn. Want weinig ADHD’ers zijn echte stuiterballen. En zeker niet als je de ADD-variant hebt.

Zoek de ADD'er! (Oplossing onderaan deze blog)
Zoek de ADD’er! (Oplossing onderaan deze blog)

Wervelstorm in je hoofd

Allereerst: ‘druk’ is niet altijd het goede woord. Eigenlijk kun je het beter ‘onrustig zijn’ noemen. AD(H)D’ers worden onrustig en soms druk omdat er zoveel in hun hoofd gebeurt. Omdat je ‘filter’ minder goed werkt, komen er continue teveel prikkels binnen in je hoofd. En dus hebben je hersens steeds véél te verwerken. Gevolg: een wervelstorm aan gedachten in je hoofd en veel moeite om te ontspannen.

Blogger Iris, mijn grote inspiratiebron, illustreerde dat met een filmpje, en die vind ik zo toepasselijk dat ik bang ben dat ik ‘m even ga jatten:

Met die wervelstorm in je hoofd kun je op allerlei manieren mee omgaan. Je kunt van hot naar her gaan rennen of je kunt heel druk al die gedachten gaan uiten (lees: kwebbelen). Maar als je wat introverter bent, doe je dat niet zo snel. Dan ziet een ander alleen dat je niet kan ophouden met friemelen aan je oorbellen of je trouwring. Maar ze zien niet dat je steeds de spieren in je benen aanspant en ’s avonds dus met spierkramp in bed ligt. En ze zien ook niet dat je hoofd van binnen één grote draaimolen is vol gedachten die steeds maar doordenderen zonder dat je tot een conclusie komt, want het krioelt veel teveel door elkaar om helder rechtdoor te kunnen denken. Also known as ‘piekeren’.

Dopamine verhogen

Maar dat AD(H)D’ers soms of altijd druk zijn, heeft volgens mij ook nog een andere reden. Ik schreef vorige keer al over dopamine. Dopamine zorgt ervoor dat je prikkels beter kunt verwerken. Als je AD(H)D hebt, heb je te weinig dopamine. Maar heel druk doen en veel bewegen zorgt ervoor dat je toch wat meer dopamine aanmaakt. Dus ik denk dat het ook een soort overlevingsstrategie is.

Ik moet meteen denken aan mijn eigen studietijd. Ik vond mijn studietijd echt heel fijn, het was eigenlijk de periode waarin ik het beste met mijn ADD kon leven. Maar ik hield er achteraf best vreemde studeergewoontes op na. Ik kon niet zo lang achter elkaar studeren omdat ik dan een mistig en slaperig hoofd kreeg. En dus dronk ik veel koffie en at ik veel chocola, maar moest ik ook drukte creëren om wakker te blijven. Dan zette ik harde muziek op en ging ik – als ik alleen was – even dansen. Ongeveer elk uur of zo. Het zou best handig zijn als dat op kantoor in een grotemensenbaan nog steeds zou kunnen. Speciale dansruimtes met discolichten om de concentratie van medewerkers te vergroten. Ik ben helemaal voor.

Liters vieze automaatkoffie dronk ik tijdens mijn studie

Whaaaah ik heb een idee!

En dan is er bij mij nóg een reden dat ik soms druk ben. Op mijn werk waren ze er in het begin wel verbaasd over. Want ik was toch zo’n rustig meisje? Ik zat toch altijd zo geconcentreerd achter mijn computerscherm, me helemaal afsluitend voor mijn omgeving (hyperfocus, woehoe!). Maar op andere momenten liep ik soms ineens te stuiteren over de gang. Of werd ik ineens helemaal opgewonden tijdens een vergadering. Waarom? Nou, ik had Een Idee!

Door ons altijd doordenderende hoofd zijn AD(H)D’ers vaak creatief en kunnen we goed ‘out of the box’ denken. Iemand die altijd efficiënt rechtdoor denkt, komt niet zo snel op onverwachte ideeën. Maar als je zoveel prikkels binnenkrijgt en die allemaal tegelijk aan het verwerken bent, willen er nog wel eens onverwachte verbanden worden gelegd. En laat dat nou precies de kern zijn van creativiteit. Dat heet ook wel divergent denken: wild alle kanten op denken in plaats van keurig binnen de lijntje. Eureka!

In een goede bui voelt het soms alsof mijn hoofd een ideeënmachine is. Ze blijven maar komen, en ik word er blij van, maar soms ook een beetje gek. Maar vooral krijg ik er ontzettend veel energie van. Ik wil het metéén gaan uitvoeren, mijn handen jeuken, wat zeg ik, mijn hele lijf jeukt! En dan ben ik bijvoorbeeld ineens een WordPress blog aan het bouwen en mijn eerste blogpost aan het schrijven…

Ik weet niet of dat Eureka-gestuiter echt bij ADHD hoort of meer bij mij. Ik weet wel dat ik het niet zou willen missen.

En jij? Ben jij een rustige of een drukke AD(H)D’er? Waar word jij druk van? En vind je dat fijn of niet?

Tadaa, de oplossing. Goed geraden?
Tadaa, de oplossing. Goed geraden?

Ziek

Ik had allang allemaal nieuwe blogposts willen schrijven over ADD en wintertijd en hoe je dag te organiseren, maar ik ben ziek. Geloof ik. Niet ziek als in de hele dag op bed moeten liggen met hoge koorts en steeds maar weer in slaap vallen. Maar één of ander vreemd virusje dat ervoor zorgt dat ik wazig om me heen kijk en niet helder kan denken en heel moe ben en niet zo hard kan lopen en een soort vaag gevoel in mijn borst en rond mijn ogen. 

In de war

Ik vind het best moeilijk om ziek te zijn, want het schopt alles altijd zo in de war. Terwijl ik altijd al zo mijn best moet doen om te zorgen dat alles uit de war blijft. Dat is voor mij echt een krachtsinspanning. En nu moet ik die dus loslaten, want als je ziek bent kan je gewoon niet alles doen. Maar ik moet ook  weer niet te weinig doen, want dan word ik al helemáál wazig en groggy en niet mezelf. Maar dat is allemaal nog best moeilijk.

Zo had ik afgelopen woensdag nog een draftversie geschreven van een blogpost over hoe belangrijk het is om een vast dagritme te hebben… blijf ik vervolgens de hele vrijdag op de bank liggen. Gewoon omdat het me niet lukte om iets anders te doen, omdat ik zo moe was en niet helder kon denken. En achteraf dus omdat ik zoek was. Toen was ik eerst boos op mezelf, maar daarna niet meer, want boos zijn op jezelf is nooit goed. En nu heb ik me ermee verzoend dat ik ziek ben en heb ik al een hele fijne zieke halve dag gehad. Juist omdat ik niet meer boos op mezelf ben, denk ik. Want als je boos op jezelf bent is het juist nog veel moeilijker om van de bank te komen.

Anyway. 

Omdat ik toch nog een blog wil schrijven ga ik maar gewoon zomaar schrijven over wat ik nu doe om het ziek-zijn een beetje fijn door te komen. Namelijk:

Zelf kippenbouillon maken

Het schijnt iets joods te zijn maar is nu ook doorgedrongen tot de hippe voedselmensen, die ik van een afstandje een beetje volg. Ik eet nauwelijks vlees, maar wel af en toe, voor bijzondere gelegenheden. Zoals ziek zijn. Dus nu liggen er twee kippenpoten in een grote pan met water, samen met stukken wortel, ui en zo nog wat dingen. Zelf getrokken kippenbouillon schijnt een soort wondermoiddel te zijn tegen nare virusjes en ik heb er ook echt héél veel zin in.

Hier een hip voedselmensenrecept en een wat ouderwetser recept, die ik allebei losjes volg. Ben benieuwd.

Wandelen

Nadat ik gisteren zomaar een hele dag op de bank belandde, was ik vandaag helemaal stram en wilde ik heel graag bewegen en naar buiten. Dus de biologische soepkippenpoten zijn we lopend gaan halen, wandelend door het herfstzonnetje. Ik keek wazig om me heen en kon niet zo hard lopen, en moest dus de hele tijd tegen mijn vriendin oh nee vrouw zeggen dat ik haar niet bij kon houden, maar toch was het fijn.

Schrijven

Als ik ziek ben heb ik zulke wazige gedachten dat ik er helemaal naar van kan worden. Verdrietig en sjagrijnig en wanhopig. Ik had al twee dagen niet vastgehouden aan mijn schrijfroutine (elke dag 2x tien minuten achter elkaar schrijven), maar heb het nu weer opgepakt. Heel fijn, want zo kan ik al die nare gedachten lekker van me afschrijven en zit ik er niet meer zo mee in mijn hoofd.

Lezen

Ik heb gelukkig weer een leesboek. Dat is heel belangrijk, want als ik geen lekker leesboek heb, dan gaan mijn gedachten bezigheidstherapie voor me bedenken en dat is vaak een soort ergere versie van piekeren.   Of het is zoiets sufs als de hele dag op internet op zoek gaan naar de beste zorgverzekering, net een paar weken vóór de nieuwe zorgverzekeringen online komen te staan, en dat wel weten, maar er toch niet mee ophouden. Of de hele dag freecell spelen op mijn iPad. Mijn gedachten hebben een beetje afleiding nodig en het gevoel dat ze nuttig zijn. En helaas gelden allerlei rare dingen dan al snel als ‘nuttig’, die eigenlijk helemaal niet leuk zijn en waar ik ook niet echt van uitrust. Maar lezen is ideaal: afleiding, iets nuttigs doen, en ontspannen tegelijk!

Oh, en bibliotherapie is sowieso heel goed voor je. Als je last hebt van nare gedachten is het altijd goed om een fijn boek te lezen over mensen die allemaal nare dingen meemaken en daarna heel wijs worden, bijvoorbeeld. Cynische boeken daarentegen kun je het beste vermijden.

Dekentje
En nu zit ik lekker in de schommelstoel bij het raam met een wollen dekentje over me heen. Zo pik ik nog net een beetje zon mee. Straks ga ik weer naar de bank verhuizen, eventueel met kruik, en sowieso met de poes op schoot.

Wat doe jij als je ziek bent?

Zonnepanelen deel 2: salderen

Het was vandaag eindelijk weer eens een mooie, zonnige dag. Wat een goede timing voor deel 2 over zonnepanelen! (Lees ook deel 1: zonnepanelen als huurder en zonder spaargeld)  

DSCN1388

Onzekere factor

Hoe zeker is het dat onze zonnepanelen zichzelf gaan terugverdienen? Ik ga er vanuit dat de zon elke dag blijft opkomen en af en toe tussen de wolken door blijft schijnen. En zonnepanelen blijven doorgaans lange tijd goed werken. Maar er is één onzekere factor, en dat is de politiek. Dat heeft met salderen te maken.

Koken als de zon niet schijnt

Stel, je verbruikt per jaar 2000 KwH stroom, en je wekt ook precies 2000 KwH stroom op met je zonnepanelen. Je wekt de stroom overdag op, want dan schijnt de zon. Maar je verbruikt niet alleen overdag elektriciteit. Juist ’s avonds heb je veel apparaten aan, want dan ben je aan het koken, doe je het licht aan, kijk je naar series enz. Dat betekent dat je veel van de energie die je opwekt, niet zelf gebruikt, maar teruggeeft aan het elektriciteitsnet, zodat bijvoorbeeld de buren er gebruik van kunnen maken. ’s Avonds krijg je dan gewoon weer stroom van je leverancier.

Op dit moment is dat allemaal geen enkel probleem. De 2000 KwH stroom die je opwekt, wordt gewoon afgetrokken van de 2000 KwH stroom die je verbruikt, je komt op 0 uit en hoeft dus geen elektriciteit te betalen. Dit heet salderen.

Belasting

Maar er zijn geluiden dat dat in de toekomst wellicht anders is. Want in de prijs van de stroom die je van de leverancier krijgt, zit veel belasting. Als 1 kwh bijvoorbeeld 22 cent kost, is bijvoorbeeld 11 cent daarvan energiebelasting, 4 cent BTW en maar 7 cent is voor de elektriciteit zelf. Dus in bovenstaand voorbeeld betaal je als zonnepaneleneigenaar helemaal geen energiebelasting, terwijl je wel af en toe elektriciteit van het net gebruikt.

Niet eerlijk?

Dat vinden sommige politici niet eerlijk. Zij zeggen: als je stroom van je leverancier krijgt, dan moet je daar belasting over betalen, ook als je evenveel stroom weer teruglevert! Ze willen daarom dat je voor de elektriciteit die je aan het net levert, alleen de kale energieprijs terug mag krijgen. Dus stel:

  • Je wekt per jaar 2000 KwH zelf op
  • Hiervan gebruik je op het moment zelf meteen al 1000 KwH
  • De overige 1000 KwH lever je terug aan het net
  • En op andere momenten haal je diezelfde 1000 KwH weer terug van het net

Dan betaal je alsnog belasting over die laatste 1000 KwH en ben je daar 1000 x 0,15 = 150 euro per jaar aan kwijt.

Stom

Ik zou dat eerlijk gezegd nogal stom vinden. Gevoelsmatig is het vreemd als je geld moet betalen voor een hoeveelheid elektriciteit die je zelf opgewekt. Ironischer nog is, dat consumenten op dit moment véél meer energiebelasting betalen dan bedrijven. Waarom? Nou, die maatregel is ooit ingevoerd om te stimuleren dat consumenten energiebesparende maatregelen gingen doorvoeren… En als we dat dan massaal gaan doen, krabbelt de overheid terug? Ik hoop het niet.

Pruillip
Eh ja, je moet creatief zijn met beeldmateriaal bij zo’n technische blog als deze…

Vertrouwen

Zelf heb ik er genoeg vertrouwen in dat dit stomme idee niet wordt doorgevoerd. Tot 2020 blijft salderen sowieso bestaan – dat is in de politiek afgesproken. Daarna zou het wel heel onverantwoord en kop-in-het-zand zijn om dat zomaar te veranderen. Ik bedoel, de rechter heeft de overheid al op de vingers getikt omdat ze écht meer aan klimaatverandering moeten doen…

Nog veel meer argumenten om niet bang te zijn voor 2020 lees je in dit supergoede artikel waar ik de meeste informatie voor deze blog vandaan heb gehaald.

Nog een laatste tip

Wil je dat salderen blijft bestaan? Eh ja, stem natuurlijk op die ene leuke groene partij waar mijn vriendin zo actief voor is 😉 Maar schaf ook vooral géén ‘slimme’, digitale meter aan. Houd het gewoon bij die oude vertrouwde analoge meter! Wek je stroom op die je niet gebruikt, dan draait de meter achteruit. Gebruik je stroom die je niet zelf opwekt, dan loopt de meter weer vooruit. Niemand die kan controleren hoeveel je panelen opwekken en of je dat wel meteen gebruikt. Zo móet je leverancier wel salderen! Lekker puh.

DSCN2358

Nou zeg, het was me een verhaal. Ik hoop dat ik het helemaal goed heb uitgelegd. Ik ben benieuwd naar jullie vragen of reacties! Ben jij bang dat salderen wordt afgeschaft?

Oh ja enneh… hebben jullie nog tips over hoe ik dit soort technische blogs op kan leuken met beeldmateriaal zodat ik volgende keer niet om half 9 ’s avonds in slecht licht nog een foto moet maken van mijn zielig kijkende hoofd?

(PS er ging even iets mis en daardoor moest ik de plaatjes allemaal opnieuw invoeren. Vandaar dat ie even niet online was.)