Ziek

Ik had allang allemaal nieuwe blogposts willen schrijven over ADD en wintertijd en hoe je dag te organiseren, maar ik ben ziek. Geloof ik. Niet ziek als in de hele dag op bed moeten liggen met hoge koorts en steeds maar weer in slaap vallen. Maar één of ander vreemd virusje dat ervoor zorgt dat ik wazig om me heen kijk en niet helder kan denken en heel moe ben en niet zo hard kan lopen en een soort vaag gevoel in mijn borst en rond mijn ogen. 

In de war

Ik vind het best moeilijk om ziek te zijn, want het schopt alles altijd zo in de war. Terwijl ik altijd al zo mijn best moet doen om te zorgen dat alles uit de war blijft. Dat is voor mij echt een krachtsinspanning. En nu moet ik die dus loslaten, want als je ziek bent kan je gewoon niet alles doen. Maar ik moet ook  weer niet te weinig doen, want dan word ik al helemáál wazig en groggy en niet mezelf. Maar dat is allemaal nog best moeilijk.

Zo had ik afgelopen woensdag nog een draftversie geschreven van een blogpost over hoe belangrijk het is om een vast dagritme te hebben… blijf ik vervolgens de hele vrijdag op de bank liggen. Gewoon omdat het me niet lukte om iets anders te doen, omdat ik zo moe was en niet helder kon denken. En achteraf dus omdat ik zoek was. Toen was ik eerst boos op mezelf, maar daarna niet meer, want boos zijn op jezelf is nooit goed. En nu heb ik me ermee verzoend dat ik ziek ben en heb ik al een hele fijne zieke halve dag gehad. Juist omdat ik niet meer boos op mezelf ben, denk ik. Want als je boos op jezelf bent is het juist nog veel moeilijker om van de bank te komen.

Anyway. 

Omdat ik toch nog een blog wil schrijven ga ik maar gewoon zomaar schrijven over wat ik nu doe om het ziek-zijn een beetje fijn door te komen. Namelijk:

Zelf kippenbouillon maken

Het schijnt iets joods te zijn maar is nu ook doorgedrongen tot de hippe voedselmensen, die ik van een afstandje een beetje volg. Ik eet nauwelijks vlees, maar wel af en toe, voor bijzondere gelegenheden. Zoals ziek zijn. Dus nu liggen er twee kippenpoten in een grote pan met water, samen met stukken wortel, ui en zo nog wat dingen. Zelf getrokken kippenbouillon schijnt een soort wondermoiddel te zijn tegen nare virusjes en ik heb er ook echt héél veel zin in.

Hier een hip voedselmensenrecept en een wat ouderwetser recept, die ik allebei losjes volg. Ben benieuwd.

Wandelen

Nadat ik gisteren zomaar een hele dag op de bank belandde, was ik vandaag helemaal stram en wilde ik heel graag bewegen en naar buiten. Dus de biologische soepkippenpoten zijn we lopend gaan halen, wandelend door het herfstzonnetje. Ik keek wazig om me heen en kon niet zo hard lopen, en moest dus de hele tijd tegen mijn vriendin oh nee vrouw zeggen dat ik haar niet bij kon houden, maar toch was het fijn.

Schrijven

Als ik ziek ben heb ik zulke wazige gedachten dat ik er helemaal naar van kan worden. Verdrietig en sjagrijnig en wanhopig. Ik had al twee dagen niet vastgehouden aan mijn schrijfroutine (elke dag 2x tien minuten achter elkaar schrijven), maar heb het nu weer opgepakt. Heel fijn, want zo kan ik al die nare gedachten lekker van me afschrijven en zit ik er niet meer zo mee in mijn hoofd.

Lezen

Ik heb gelukkig weer een leesboek. Dat is heel belangrijk, want als ik geen lekker leesboek heb, dan gaan mijn gedachten bezigheidstherapie voor me bedenken en dat is vaak een soort ergere versie van piekeren.   Of het is zoiets sufs als de hele dag op internet op zoek gaan naar de beste zorgverzekering, net een paar weken vóór de nieuwe zorgverzekeringen online komen te staan, en dat wel weten, maar er toch niet mee ophouden. Of de hele dag freecell spelen op mijn iPad. Mijn gedachten hebben een beetje afleiding nodig en het gevoel dat ze nuttig zijn. En helaas gelden allerlei rare dingen dan al snel als ‘nuttig’, die eigenlijk helemaal niet leuk zijn en waar ik ook niet echt van uitrust. Maar lezen is ideaal: afleiding, iets nuttigs doen, en ontspannen tegelijk!

Oh, en bibliotherapie is sowieso heel goed voor je. Als je last hebt van nare gedachten is het altijd goed om een fijn boek te lezen over mensen die allemaal nare dingen meemaken en daarna heel wijs worden, bijvoorbeeld. Cynische boeken daarentegen kun je het beste vermijden.

Dekentje
En nu zit ik lekker in de schommelstoel bij het raam met een wollen dekentje over me heen. Zo pik ik nog net een beetje zon mee. Straks ga ik weer naar de bank verhuizen, eventueel met kruik, en sowieso met de poes op schoot.

Wat doe jij als je ziek bent?

Advertenties

Zonnepanelen deel 2: salderen

Het was vandaag eindelijk weer eens een mooie, zonnige dag. Wat een goede timing voor deel 2 over zonnepanelen! (Lees ook deel 1: zonnepanelen als huurder en zonder spaargeld)  

DSCN1388

Onzekere factor

Hoe zeker is het dat onze zonnepanelen zichzelf gaan terugverdienen? Ik ga er vanuit dat de zon elke dag blijft opkomen en af en toe tussen de wolken door blijft schijnen. En zonnepanelen blijven doorgaans lange tijd goed werken. Maar er is één onzekere factor, en dat is de politiek. Dat heeft met salderen te maken.

Koken als de zon niet schijnt

Stel, je verbruikt per jaar 2000 KwH stroom, en je wekt ook precies 2000 KwH stroom op met je zonnepanelen. Je wekt de stroom overdag op, want dan schijnt de zon. Maar je verbruikt niet alleen overdag elektriciteit. Juist ’s avonds heb je veel apparaten aan, want dan ben je aan het koken, doe je het licht aan, kijk je naar series enz. Dat betekent dat je veel van de energie die je opwekt, niet zelf gebruikt, maar teruggeeft aan het elektriciteitsnet, zodat bijvoorbeeld de buren er gebruik van kunnen maken. ’s Avonds krijg je dan gewoon weer stroom van je leverancier.

Op dit moment is dat allemaal geen enkel probleem. De 2000 KwH stroom die je opwekt, wordt gewoon afgetrokken van de 2000 KwH stroom die je verbruikt, je komt op 0 uit en hoeft dus geen elektriciteit te betalen. Dit heet salderen.

Belasting

Maar er zijn geluiden dat dat in de toekomst wellicht anders is. Want in de prijs van de stroom die je van de leverancier krijgt, zit veel belasting. Als 1 kwh bijvoorbeeld 22 cent kost, is bijvoorbeeld 11 cent daarvan energiebelasting, 4 cent BTW en maar 7 cent is voor de elektriciteit zelf. Dus in bovenstaand voorbeeld betaal je als zonnepaneleneigenaar helemaal geen energiebelasting, terwijl je wel af en toe elektriciteit van het net gebruikt.

Niet eerlijk?

Dat vinden sommige politici niet eerlijk. Zij zeggen: als je stroom van je leverancier krijgt, dan moet je daar belasting over betalen, ook als je evenveel stroom weer teruglevert! Ze willen daarom dat je voor de elektriciteit die je aan het net levert, alleen de kale energieprijs terug mag krijgen. Dus stel:

  • Je wekt per jaar 2000 KwH zelf op
  • Hiervan gebruik je op het moment zelf meteen al 1000 KwH
  • De overige 1000 KwH lever je terug aan het net
  • En op andere momenten haal je diezelfde 1000 KwH weer terug van het net

Dan betaal je alsnog belasting over die laatste 1000 KwH en ben je daar 1000 x 0,15 = 150 euro per jaar aan kwijt.

Stom

Ik zou dat eerlijk gezegd nogal stom vinden. Gevoelsmatig is het vreemd als je geld moet betalen voor een hoeveelheid elektriciteit die je zelf opgewekt. Ironischer nog is, dat consumenten op dit moment véél meer energiebelasting betalen dan bedrijven. Waarom? Nou, die maatregel is ooit ingevoerd om te stimuleren dat consumenten energiebesparende maatregelen gingen doorvoeren… En als we dat dan massaal gaan doen, krabbelt de overheid terug? Ik hoop het niet.

Pruillip
Eh ja, je moet creatief zijn met beeldmateriaal bij zo’n technische blog als deze…

Vertrouwen

Zelf heb ik er genoeg vertrouwen in dat dit stomme idee niet wordt doorgevoerd. Tot 2020 blijft salderen sowieso bestaan – dat is in de politiek afgesproken. Daarna zou het wel heel onverantwoord en kop-in-het-zand zijn om dat zomaar te veranderen. Ik bedoel, de rechter heeft de overheid al op de vingers getikt omdat ze écht meer aan klimaatverandering moeten doen…

Nog veel meer argumenten om niet bang te zijn voor 2020 lees je in dit supergoede artikel waar ik de meeste informatie voor deze blog vandaan heb gehaald.

Nog een laatste tip

Wil je dat salderen blijft bestaan? Eh ja, stem natuurlijk op die ene leuke groene partij waar mijn vriendin zo actief voor is 😉 Maar schaf ook vooral géén ‘slimme’, digitale meter aan. Houd het gewoon bij die oude vertrouwde analoge meter! Wek je stroom op die je niet gebruikt, dan draait de meter achteruit. Gebruik je stroom die je niet zelf opwekt, dan loopt de meter weer vooruit. Niemand die kan controleren hoeveel je panelen opwekken en of je dat wel meteen gebruikt. Zo móet je leverancier wel salderen! Lekker puh.

DSCN2358

Nou zeg, het was me een verhaal. Ik hoop dat ik het helemaal goed heb uitgelegd. Ik ben benieuwd naar jullie vragen of reacties! Ben jij bang dat salderen wordt afgeschaft?

Oh ja enneh… hebben jullie nog tips over hoe ik dit soort technische blogs op kan leuken met beeldmateriaal zodat ik volgende keer niet om half 9 ’s avonds in slecht licht nog een foto moet maken van mijn zielig kijkende hoofd?

(PS er ging even iets mis en daardoor moest ik de plaatjes allemaal opnieuw invoeren. Vandaar dat ie even niet online was.)

Een vloeiende wereld

Dit is een spannende blogpost, want het gaat over iets heel persoonlijks. Ik ben afgelopen zomer namelijk gediagnosticeerd met ADD, de ‘dromerige’ vorm van ADHD. Dat was wel even wennen: ik, ADHD? Ik ben toch geen drukke stuiterbal? Maar nu ik echt snap wat ADHD is, vallen er veel puzzelstukjes op hun plek.

DSCN2103

Stuiterende jongetjes

AD(H)D wordt vaak niet goed begrepen. Als ik vroeger aan ADHD dacht, zag ik een stuiterend jongetje voor me. Een moeilijk opvoedbaar kind dat iedereen tot last is, ook al bedoelt hij het nog zo goed. Maar lang niet alle ADHD’ers zijn druk (of lastig). ADHD kan zich op veel manieren uiten: als dromerigheid, ongeorganiseerdheid, creativiteit of het vermogen analytische verbanden te leggen. ADHD kan een valkuil zijn, maar ook een talent. En vrouwen hebben net zo vaak ADHD als mannen, alleen komen ze er vaak pas op latere leeftijd achter.

DSCN2355

Hee, een konijn!

Ik was altijd al een dromerig kind dat veel tijd doorbracht in haar eigen hoofd, in haar eigen wereld. Ik was langzaam met alles: met mijn jas aandoen, mijn spullen pakken, rekensommen maken, reageren op instructies. Op de achterbank van de auto keek ik uit het raam en verzon ik verhalen over een jongen en een meisje die samen op reis waren, in bomen klommen en bij boerderijen aanbelden om te vragen of ze mee mochten eten. Maar als mijn moeder riep ‘Hee, een konijn! Daar in het veld!’, dan reageerde ik veel te laat: ‘Waar dan? Ik zie ‘m niet!’. Vaak met een onbedaarlijke huilbui tot gevolg, terwijl we dat veld met dat konijn allang weer voorbijgereden waren en mijn broers er niets van begrepen hoe ik dat konijn nou had kunnen missen.

DSCN1885

Prikkels

De kern van ADHD is dat je hersenen prikkels minder filteren en minder dempen. Prikkels zijn alle zintuiglijke waarnemingen die je doet: alles wat je hoort, ziet, ruikt, proeft en voelt. Er komen per seconde duizenden prikkels op je af. Je hersenen maken daarin automatisch een selectie, omdat je anders helemaal gek wordt van al die input. Je hebt als het ware een filter waardoor sommige prikkels wel worden binnengelaten, en andere niet. Bij iemand met ADHD komen er meer prikkels door die filter heen. Er komt teveel binnen om meteen te kunnen verwerken, en dus word je af en toe alsnog helemaal gek. ADHD’ers reageren dat vooral af naar buiten, ADD’ers meer naar binnen. (Officieel is ADD een subtype van ADHD.)

Markeerstift

Die zogenaamde filter heeft veel te maken met het hersenstofje dopamine. Dopamine werkt als een markeerstift: het markeert bepaalde prikkels, zodat andere prikkels naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt erop dat mensen met ADHD minder dopamine ter beschikking hebben in bepaalde hersengebieden. Je kunt proberen dat dopamine-tekort op te lossen door sloten koffie te drinken, een kettingroker te worden, drugs te gebruiken, overmatig te sporten en enorme hoeveelheden chocola te eten. Maar vaak zal dat niet genoeg helpen en sommige van deze voorbeelden zijn erg ongezond. Ritalin is dan toch een stuk makkelijker en gezonder.

DSCN2281

Vloeiender

Als ik ADD moet uitleggen in mijn eigen taal, zou ik zeggen: alles is vloeiender, minder concreet, minder tastbaar. Gedachten, ideeën en waarnemingen vloeien meer door elkaar, zijn minder goed van elkaar te onderscheiden. Op goede momenten is dat fijn. Het is in zekere zin heel esthetisch. Op slechte momenten voelt het als drijfzand, ik verlies de grond onder mijn voeten en heb sloten energie nodig om mezelf steeds weer uit het moeras te hijsen.

Met ritalin voelt het alsof alles meer vaste vorm krijgt. Gedachten, ideeën en waarnemingen zijn meer gerangschikt in hokjes. Alle lijnen worden wat rechter, ik krijg vaste grond onder mijn voeten. En ik ben niet meer constant zo moe. Ritalin is geen must hoor, er zijn genoeg ADHD’ers die het zonder doen. Maar voor mij is het op dit moment ideaal.

DSCN1900

ADD: de serie

Als je minder goed kunt filteren, heb je heel veel ideeën en kun je van alles over een onderwerp vertellen. De eerste versie van deze blogpost was dan ook drie keer zo lang! Vandaar dat ik er maar meteen een serie van maak. In de volgende afleveringen ga ik o.a. vertellen over verjaardagsfeestjes, onwetende journalisten, langzaam zijn, impulsiviteit, wat er gebeurt als je tevéél dopamine hebt, en waar die H van hyperactief nou mee te maken heeft. En als je nog iets anders wil weten: ik sta open voor verzoeknummers!

Ik ben sowieso benieuwd naar jullie vragen en reacties. En waar ik ook benieuwd naar ben is:

  • Wat voor beeld verschijnt er op jullie netvlies als je je een stereotype ADHD’er of ADD’er voorstelt? 
  • Ken je mensen in je omgeving die op latere leeftijd de diagnose kregen? 
  • Of heb je zelf AD(H)D en hoe lang weet je dat al?

Zonnepanelen als je huurt en geen spaargeld hebt

In ons gezellige, burgerlijke queer huishouden ontbreekt nog iets. Zonnepanelen op ons dak! We vinden het leuk om ons bezig te houden met milieuvriendelijk leven en het lijkt ons erg gaaf om zelf stroom op te kunnen wekken. Uit zonnestralen. Gaan we doen dus! Maar kan dat wel? Er waren een paar obstakels. Maar de oplossingen blijken eenvoudig.



Obstakel 1. We hebben geen koopwoning.

We huren, dus we mogen niet zomaar op eigen houtje zonnepanelen op ons dak leggen. Maar wel bijna.

Onze woningbouwcorporatie is namelijk ook fan van zonnepanelen en vindt het leuk als huurders hiermee aan de slag gaan. Het enige wat we hoefden te doen is een formulier downloaden en invullen, de offerte van de zonnepanelen printen en dit alles opsturen naar onze woningbouwcorporatie. Dit deden we 4 weken geleden. En eergisteren kregen we een brief op de deurmat waarin stond dat we toestemming hebben. Hoera!! Met een lijstje technische voorwaarden, dat wel. Die gaan we inscannen en naar de installateur sturen.

Financieel is het zelfs heel gunstig om het zo te doen. Want als we verhuizen, krijgen we een vergoeding van de woningbouw. Ze gaan er vanuit dat de zonnepanelen twintig jaar meegaan. Als we na 1 jaar verhuizen, krijgen we dus wel 19/20ste van de investering terug! Na 3 jaar 17/20ste. En na tien jaar dus nog steeds de helft. Terwijl de kans groot is dat we onze investering dan al hebben terugverdiend. (Als de politiek meewerkt – daarover volgende week meer.)

Obstakel 2. We hebben weinig spaargeld

We mogen niet klagen, maar rijk zijn we niet. En dus hebben we niet genoeg spaargeld om zomaar zo’n 3000 euro op het dak te leggen. Maar ook dat hoeft geen probleem te zijn.

Als je minder dan twee keer modaal verdient, kun je in Utrecht en veel andere gemeentes een duurzaamheidslening aanvragen. Dat is een lening voor een heel laag rentepercentage, die je tien jaar lang elke maand aflost. Ons aflossingsbedrag is minder hoog dan wat we op onze energierekening besparen door zonnepanelen te leggen.* En na tien jaar zijn de zonnepanelen helemaal van ons en krijgen we gewoon gratis stroom.

Maar ook voordat we de investering eruit hebben zijn we al blij, want vanaf dag één zorgen we ervoor dat er meer groene stroom wordt opgewekt in Nederland, en er dus minder milieuonvriendelijke stroom hoeft te worden geproduceerd.

We hebben deze week onze aanvraag voor de duurzaamheidslening ingediend. Zo spannend!

Ook interesse in een duurzaamheidslening? De precieze voorwaarden voor een duurzaamheidslening verschillen per gemeente. Elke gemeente bepaalt namelijk haar eigen voorwaarden. Je kunt ze hier opzoeken.

* Informatie aangepast. Ik dacht eerst dat we alleen het bedrag besparen dat we nu aan stroom betalen.  Maar we besparen feitelijk nog méer op de energierekening dan dat. Lees het hier.

Hoeveel zonnepanelen heb je eigenlijk nodig?

Voor bij wie het ondertussen is gaan kriebelen, geef ik ook mog even antwoord op deze veelgestelde vraag. Hoeveel zonnepanelen je nodig hebt ligt aan drie dingen: de hoeveelheid stroom die je wilt opwekken, de hoeveelheid Watt-piek per zonnepaneel, en je dak.

Je bepaalt zelf hoeveel stroom je op wilt wekken. Het is in elk geval verstandig om niet meer stroom op te wekken dan je verbruikt, want voor het overschot krijg je maar een lage vergoeding. Houd ook rekening met je verwachte stroomverbruik in de komende tien jaar: heb je een kinderwens of gaan je kinderen juist het huis uit? Wil je nog energieverslindende apparaten zoals een droger aanschaffen? Of wil je bijvoorbeeld, zoals wij, je gasfornuis inruilen voor een inductiefornuis?

Wij kiezen ervoor om bijna al onze stroom met zonnepanelen op te wekken. We hebben nu een jaarverbruik van 1680 KwH, maar willen overstappen van gas naar inductie. Daarmee verbruik je ongeveer  200 KwH per jaar (en 37 kubieke meter gas minder) waarmee wij op 1880 KwH per jaar uitkomen. Bovendien verwachten we in de toekomst meer energie te gaan verbruiken, bijvoorbeeld omdat we uiteindelijk wel een droger zullen aanschaffen. We willen dus ongeveer 1880 KwH opwekken, maar iets meer mag ook.

Vervolgens kun je een rekensommetje maken. Een zonnepaneel heeft een bepaalde hoeveelheid Watt-piek, tegenwoordig vaak ongeveer 260. Bij een schuin dak op het zuiden waar geen schaduw op valt, is de vuistregel dat je de totale hoeveelheid wattpiek met factor 0,9 kunt vermenigvuldigen om de opbrengst in KwH te berekenen. Dat betekent dat één zonnepaneel per jaar ongeveer 0,9 x 260 = 234 kwh oplevert. Heb je een oost-west dak of veel schaduw, dan is de opbrengst lager. Let wel op: dit is een grove schatting!

Wij kiezen voor zonnepanelen van 260 KwH en hebben een schuin dak op het zuiden met nauwelijks schaduw. We willen ongeveer 1880 KwH (of iets meer) opwekken.  Daarmee zijn 8 zonnepanelen voor ons dus ideaal: 8×260=2080 Watt-piek, dus dan kom je aan 0,9×2080=1872 KwH opbrengst per jaar. Valt de opbrengst iets hoger uit dan is dat niet erg, wat lager kan ook niet veel kwaad.

En nu afwachten!

Ik houd jullie op de hoogte van onze zonnepaneel-avonturen. Over een maand horen we waarschijnlijk of de lening definitief doorgaat! In de tussentijd schrijf ik volgende week alvast een vervolg op deze blog waarin ik inga op een lastig dilemma rondom zonnepanelen: de toekomst van het salderen.

Ik ben benieuwd wie van jullie al zonnepanelen heeft, en zo niet, of je overweegt om ze aan te schaffen. Laat hieronder je reactie achter!

Wandelen in de kou, hert gezien

Het was koud in het bos. Dit keer had ik een wandelmaatje. We liepen te kleumen. Pauzes konden niet echt, want dan werd het kleumen nog erger.


DSCN2262 - kopie
DSCN2282 DSCN2289

Zo mistig en koud als de foto’s eruitzien was het ook echt. Als een echte die hard leende ik mijn handschoenen uit aan mijn wandelmaatje, die ze vergeten was. Met mijn handen diep in mijn zakken was het wel te doen. Wandelende voorbijgangers waren diep weggedoken in hun sjaal, of hadden mutsen op.DSCN2294 DSCN2306

En we zagen dus een hert. Een groot levend wezen tussen de bomen. Ongeveer tien meter van ons vandaan.  DSCN2316DSCN2317

We wilden nog iets drinken en eten na afloop, even warm worden. Ik stelde me voor: bruin café, haardvuur. Maar het werd een Chinees restaurant. Waterlelies in een vijver, harmonieuze muziek. Per ongeluk zat er vlees in mijn soep. Het was erg lekker.

DSCN2324

Grijs midden, barbapapaland, veelkleurige bontheid?

Update: de documentaire wordt op 3 januari getoond in Studio K.

Leren doe je als kind vaak spelenderwijs. Wat leert dat je over gender? Ik leerde als kind dat klussen iets voor mannen is en koken iets voor vrouwen. Dat het heel geëmancipeerd is als een vrouw boort en als een man kookt. Ik leerde dat mannelijkheid iets donkers, blauws en zwaars is, en vrouwelijkheid iets rozeroods en lichts is. Ik leerde dat mannen macht hebben en dat vrouwen lief zijn.

Wijs een willekeurig voorwerp aan en de meeste mensen kunnen zeggen of ze het mannelijk of vrouwelijk vinden. Gender gaat veel en veel verder dan wat je tussen je benen hebt, of je wel of geen borsten hebt en in welke verhouding oestrogenen en testosteron rondzwerven in je lichaam. Gender doordrenkt werkelijk álles.

Als doorgewinterde feministe vind ik dat meestal ontzettend stom. Punt. Toch is het ook wel eens leuk om na te denken, door te denken, over waaróm het eigenlijk ook alweer stom is, of het áltijd stom is, of we er iets aan kunnen doen… Dat gebeurde afgelopen donderdagavond bij een thema-avond over genderneutraliteit van FemNet, het feministisch netwerk van GroenLinks.

DSCN2255

DSCN2257
Documentairemaakster Sterre de Jong vertoonde daar N for Neutral. In deze documentaire stelt ze de vraag waarom we van volwassen mensen verwachten dat zij geëmancipeerde levens leiden – waarin niet vastgeroeste ideeën over gender, maar authentieke keuzes leidend zijn – terwijl we kinderen leren dat er twee verschillende soorten mensen zijn die absoluut niet met hetzelfde speelgoed kunnen spelen.


Goede vraag. Juist op het moment dat mensen ver vóór de puberteit nog nauwelijks geslachtelijk gedifferentieerd zijn, willen we ze uit alle macht opdelen in twee helften. Roze of blauwe muisjes, geboortekaartjes die maar in twee kleuren komen, speelgoedwinkels die maar twee soorten speelgoed hebben. Als compensatiestrategie? Omdat we anders in de war raken? Ik weet het niet.

In Zweden, mijn lievelingsland, wordt veel nagedacht over dit probleem. Sterre bezocht er o.a. kinderopvang Egalia, waar kinderen genderneutraal worden opgevoed. Hun begeleiders benaderen de kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier – afhankelijk van hoe het kind zich gedraagt, natuurlijk. Ze troosten huilende jongetjes even lang als huilende meisjes – iets wat, zo blijkt uit onderzoek, meestal niet het geval is, want de meeste volwassenen zijn lief voor huilende meisjes en geven huilende jongens een ‘kop op’. En, groot punt van controverse, in Egalia spelen ze met taal. Ze gebruiken voor iedereen het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ in plaats van ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij).

DSCN2250
Veel mensen schrikken van de benadering. Ik niet zo. Ik vind het er heerlijk uitzien, al die kinderen in verschillende bonte kleuren, en dan het idee dat ze alles mogen zijn wat ze willen. Maar ik snap de weerstand ook wel.

Als je het woord ‘genderneutraal’ hoort, waar denk je dan aan? Wat stel je je voor? Ik denk aan grijs. Een grijzig midden tussen twee kleurige uiteinden. Het klinkt niet erg vrolijk. Zweedse columnisten dachten wel aan iets vrolijks, zij stelden genderneutraliteit voor als een soort barbapapa-land. Grote, kleurige, verschillende wezens met lieve ogen. Maar wel een beetje kinderachtig. Ik stel me zo voor dat dat ook het voornaamste bezwaar is van dit soort critici. Veel mensen associeren gender met seks en seks met volwassenheid, en genderneutraliteit dus met seksloosheid en kinderachtigheid.

Wat is die link tussen gender en seks? Ik vind het een interessante. Hoe fluïde mijn seksuele oriëntatie ook is, mijn seksuele verlangen naar mensen is gegendered: ik merk dat ik specifieke combinaties van mannelijkheid en vrouwelijkheid aantrekkelijk vind. Gender is misschien wel de taal van verlangen. Vandaar ook dat butch-femme weer zo helemaal ‘in’ is – het is sexy, en volgens mij niet vanwege een soort heteronormativiteit maar vanwege een verlangen naar contrast en uitgesprokenheid.


Maar waaróm is gender voor mij en veel anderen een taal van verlangen? Komt dat niet gewoon omdat we van jongs af aan doordrenkt zijn met gender, terwijl dat ook anders zou kunnen? Kunnen contrast en uitgesprokenheid dan niet bestaan in een genderneutrale wereld?

‘Neutraal’ is dan denk ik het verkeerde woord. ‘Neutraal’ klinkt naar allesbehalve uitgesprokenheid en contrast – het klinkt als eenheidsworst. Ik kan me een wereld voorstellen waarin het hebben van een mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel niet dé manier is waarop we mensen indelen. Maar waarin mensen oneindig divers en variabel zijn. Een grote veelkleurigheid, een bonte parade aan mensen. Geen neutraliteit, maar diversiteit.

En ik kan me die wereld ook weer niét voorstellen. Want dualistisch denken, is dat niet gewoon een oermenselijk trekje? Dualiteit kun je natuurlijk overal aan ophangen. Er zijn duizend manieren om de mensheid in tweeën te delen: op grond van haarkleur, huidskleur (dat doen we al regelmatig), links- of rechtshandigheid, de plek waar je woont, het wel of niet kunnen maken van een tong-gootje… Maar ik vind het niet vreemd dat we het zo vaak op grond van ons voortplantingsstelsel doen. Kinderen krijgen blijft iets wat we belangrijk vinden. Niet zo vreemd dus dat we ervan doordrongen zijn welke mensen doorgaans eicellen dan wel zaadcellen kunnen leveren. Ik zie die eigenschappen niet als onze essentie, maar kijk er ook niet van op dat we nou net dáár zo vaak het mes in de taart zetten om deze doormidden te snijden.

Is genderneutraliteit dan een naïeve utopie? Ach, ik weet het niet. Maar kunnen we niet gewoon accepteren dat we nou eenmaal vaak dualistisch denken, en dat dat soms sexy is, en tegelijkertijd leren om al die beperkende stereotypes niet zo serieus nemen? Het zou zo fijn zijn: een wereld waarin meisjes klussen en boren ‘not a big deal’ vinden, in plaats van iets wat papa doet en mama nooit en wat daarom heel bijzonder en emanciperend en misschien wel best moeilijk is voor vrouwen. Dat het woord ‘papadag’ en woord van vroeger kan worden, een woord van die gekke tijd waarin we dachten dat zorgen voor vrouwen natuurlijk is en voor mannen bijzonder. Dat lief zijn, macht hebben, klussen en koken niets te maken hebben met man, vrouw of iets anders zijn. Dat kinderen kortom leren dat waar ze toe in staat zijn, niets te maken heeft met wat er tussen hun benen zit (behalve bij activiteiten waarbij je juist dat lichaamsdeel gebruikt).

Hoe denken julli dat een genderneutrale wereld eruit zou zien? Zou je in een wereld willen leven waar gender geen rol speelt?

Wil je de docu N for Neutral ook bekijken? Houd de facebookpagina in de gaten voor nieuws over screenings!

Walking on my own

DSCN2167

Gisteren heb ik in het bos gewandeld. In mijn eentje, want de vriendin met wie ik zou gaan was misselijk en bleef natuurlijk liever thuis. Ik kwam er pas op het laatste moment achter, omdat mijn telefoon op stil stond (en de batterij was ook bijna op. Ik ben niet zo goed met mijn mobiele telefoon.) Vlak voordat de trein waar zij in zou zitten het perron opreed, zag ik haar appje, smsje en gemiste oproepen. Whaah!

Maar toevallig was net de gedachte in me opgekomen dat ik zo’n enorme wandelpro aan het worden ben, dat ik ook wel eens in mijn eentje zou kunnen wandelen. Dus besloot ik dat meteen in de praktijk gaan brengen. Vond ik best stoer van mezelf.Grappig dat in je eentje een hele wandeling maken iets is waarvoor je een drempel over moet. Die vriendin, die nog veel meer een wandelpro is dan ik, liep vroeger ook liever niet in haar eentje. Uit angst voor… ik weet eigenlijk niet precies wat. Enge mannen in de bosjes? Toevallig heb ik onderzoek gedaan naar seksueel geweld en weet ik dat enge mannen meestal niet in de bosjes op je liggen te wachten. Doorgaans ken je die enge mannen al of heb je er zelfs een relatie mee… Dat zei ik dus nog maar een paar keer tegen mezelf, daar zittend in de trein.

Ik vroeg me ook af of het niet saai zou zijn om in mijn eentje te wandelen. Of ongemakkelijk, een beetje zoals in je eentje in een restaurant zitten. Al die angsten bleken gelukkig ongegrond.

DSCN2150

Het was namelijk heerlijk! Het was een soort hele lange mindfulnessoefening zonder dat het vervelend en frustrerend was (helaas vind ik mindfulness vaak vervelend en frustrerend, maar de laatste tijd niet meer zo, daar ga ik nog over schrijven.) In je eentje zie je meer, ruik je meer en voel je meer.

Het was fijn om helemaal alleen te zijn. En toch ook niet vervelend toen ik wel mensen (met honden) tegenkwam en daar een kort praatje mee maakte. Over hoe mooi het is nu de bladeren al verkleuren, over de leukheid van het maken van herfstfoto’s en over het speldje dat de lange haren van het schattige ceasarhondje uit z’n ogen hield (echt waar). Van die korte wandelpraatjes waarbij je, als je niks meer te zeggen hebt, gewoon weer verder wandelt zonder een fatsoenlijke afsluiting, wat ik een opluchting vind want ik weet nooit hoe je dat soort spontane gesprekjes fatsoenlijk moet afsluiten. Smalltalk is zeg maar niet zo mijn ding.

Hier wonen vast elfjes!
Het was een ingekorte NS-wandeling van 8 km, tegenwoordig weer goed te doen voor mij. Tijdens mijn burnout kon ik helemaal niet ver wandelen. Ik raakte dan na een uur al helemaal uitgeput. Ik ben zo blij dat die periode nu voorbij is en ik weer echt dingen kán.

Het is ook wennen om weer op mijn lichaam te kunnen vertrouwen. Elke keer als ik op het punt sta om iets potentieel vermoeiends te doen, ben ik bij voorbaat al gespannen. Ik ben dan bang dat ik het niet ga volhouden en mezelf in uitgeputte staat naar huis toe zal moet slepen in de wetenschap dat ik niet goed voor mezelf heb gezorgd (en dat laatste is misschien nog het ergste). Elke keer dat ik toch op stap ga ben ik dan ook heel trots en dankbaar dat het nu wél weer kan.

DSCN2218

Een voordeel van in je eentje wandelen is dat je ongegeneerd van elke scheet een foto kunt maken. En daar houd ik van! Als ik eenmaal mijn camera heb gepakt zie ik ineens zoveel mooie dingen om me heen en kan ik niet meer stoppen met kijken, kijken en nog eens kijken. Alsof ik hyperactieve ogen op steeltjes heb. (Niet zo mindful maar wel leuk.)

Ik vind het leuk om zo ver in te zoomen dat je niet meer goed ziet wat iets eigenlijk is. Je kadert dingen dan niet in als een ding, en daarom zie je veel beter de esthetiek van de vormen en kleuren en compositie.

DSCN2191

Ik vond het zo fijn in mijn eentje in het bos dat ik het jammer vond om weer tussen de mensen te zijn. Maar op weg naar huis in de trein, toen alle duffe Nederlandse stads- en dorperigheid aan me voorbijflitste, bedacht ik me dat het bos er altijd is. Je zou het niet denken met al die keurig op een rijtje geplaatste huizen die ons continu omringen, maar het grote donkere bos ligt er altijd achter. Er is altijd een plek waar je helemaal alleen kunt zijn zonder dat je je tot andere mensen hoeft te verhouden. (Of waar je gezellig met een vriendin kunt gaan wandelen wanneer die weer beter is.)

Wandelen jullie wel eens in je eentje? Moet je dan ook over een drempel heen?