Klussen met 2 linkerhanden: 7 wijze lessen

Poe, een blog consequent bijhouden is nog niet zo makkelijk. En al helemaal niet als je zo graag super op tijd wil zijn met nieuwe blogs, dat je het bijltje er bijna bij neer wil gooien als dat even niet lukt. Maar ik ben weer met frisse moed opnieuw begonnen. Bij deze presenteer ik u mijn nieuwste avontuur: klussen met twee linkerhanden. Het kan!

DSCN2464

Dingen zijn niet zo mijn ding.

Ik ben een onhandige intellectueel met een slechte motoriek en – tot kortgeleden – weinig interesse in Dingen. Ik kon als kind al niet binnen de lijntjes van een kleurplaat kleuren. Op de middelbare school deed ik alles verkeerd bij techniek. De instructies gingen mijn ene oor in, het andere oor uit, en ik moest alle stappen honderd keer navragen bij klasgenootjes of, als die begonnen te zuchten, bij de naar oud zweet riekende techniekleraar. Mijn benen zitten vol blauwe plekken omdat ik tegen van alles aan stoot. Ik gooi regelmatig thee over mezelf heen, bijvoorbeeld omdat ik ondertussen een verhaal aan het vertellen ben en mijn kopje dan ongemerkt steeds schuiner houd.

Maatschappelijk opgevoed tot vrouw

Naast dat alles ben ik ook nog eens maatschappelijk opgevoed tot vrouw. Ik kreeg vroeger kookles van mijn moeder, maar geen klusles van mijn vader. Mijn vrouw heeft in haar jeugd wel flink meegeklust met haar vader, want haar ouders wisten toen nog niet dat ze een vrouw aan het opvoeden waren. Je zou dus denken dat zij met gemak alle klussen in huis ter hande neemt. Maar helaas heeft techniek ook haar interesse nooit zo gehad en is er heel veel aandringen voor nodig om haar richting boor te bewegen.

Dit probleem hebben we tot nu toe opgelost door:

  • Niet te klussen in huis.
  • Dingen op te hangen met plakkers en magneten in plaats van vastgeschroefde haakjes.
  • Eens in de zoveel tijd een vader te bestellen, die dan uit resp. Limburg of Noord-Brabant naar Utrecht rijdt om voor ons de lampen op te hangen of het laminaat te leggen.

Maar toch. Heb ik. Vandaag. Een. Thermostaat. Aangesloten! Helemaal alleen.

En ik heb er deze lessen van geleerd.

Les 1. Let goed op bij de techniekles – 15 jaar later ben je er dankbaar voor.

Ik begon vol goede moed de oude thermostaat los te schroeven. Toen dat met enig geweld was gelukt zag ik een paar gekleurde draadjes en dacht: aha, iets met elektriciteit.
DSCN2458Beelden van de techniekles kwamen naar boven. Iets met een rood en een groen draadje en iets met een tang waarmee je de witte randjes weg kon halen. En iets met: heel voorzichtig zijn, want als je het uiteinde van het draadje aanraakt sta je onder stroom. Ik besloot de stroom uit te schakelen.

Les 2. Zorg altijd voor een opgeladen telefoon.

Ik pakte de nieuwe thermostaat. In handleiding las ik dat je de gekleurde draadjes ergens in moest stoppen. Probleem echter: welk draadje moest waarin? Er waren twee draadjes* en drie dingetjes om ze in te stoppen. In de handleiding stond: “sluit de draden aan volgens het aansluitschema”. Maar er stond niet wat dat aansluitschema was of waar je ‘m kon vinden. DSCN2463

Ik pakte mijn iPad om te kijken of er op internet misschien ergens aansluitschema’s te vinden waren. Want op internet staat altijd alles. Maar ik had geen internet. Want ik had net de stroom uitgeschakeld. Mijn telefoon heeft 3g, maar de batterij van mijn telefoon was leeg. Dat is de batterij van mijn telefoon wel vaker op cruciale momenten.

*Op de foto zie je een derde draadje, maar die zat ‘dicht’ (niet gestript) en was duidelijk niet in gebruik geweest.

Les 3. Kijk om je heen als je een probleem hebt.

Ik besloot de stroom dus maar weer aan te zetten, zodat ik via mijn iPad op internet kon. Tevergeefs klikte ik alle schakels in de meterkast meerdere keren naar boven en beneden. Geen internet. Geen geruststellend geluid van de printer die zichzelf opstart. Geen stroom.

Ik besloot rustig te blijven en keek om me heen. Ik zag een handleiding hangen. Het eerste woord dat me opviel was ‘aardlekschakelaar’. Ik wist niet meer precies wat een aardlekschakelaar was, maar zag in de meterkast ineens dat er bij twee knopjes ‘aardlekschakelaar’ stond, en dat de ene naar boven stond en de ander naar beneden. Ik besloot de tweede ook naar boven te doen en hoorde het geluid van de printer die aan ging. En had weer internet.

(Voor wie het iets kan schelen: de aardlekschakelaar bleek een schakelaar te zijn die uit zichzelf een deel van de stroom uitschakelt als je kortsluiting hebt, wat dat ook mag wezen. Je kan ‘m echter ook zelf met de hand uitzetten en dat had ik per ongeluk gedaan.)

Les 4. Op internet vind je de oplossing van bijna alles. Maar soms moet je gewoon even iets van de andere kant bekijken.

Op internet vond ik al snel de informatie dat het niet uitmaakt in welk gaatje je welk draadje stopte. Alleen stond er dan weer niet wélke van de drie gaatjes ik moest gebruiken.  Ik besloot het dan maar gewoon uit te proberen – er waren immers maar drie opties. Ik deed de stroom weer uit – dit keer iets minder rigoureus – en ging aan de slag, waarbij ik de thermostaat even om moest draaien. En tada: aan de achterkant van de thermostaat stond een tekening die bij nadere inspectie een aansluitschema bleek te zijn. Na heel veel gefriemel met schroefjes die niet helemaal los gingen maar ook niet helemaal los bleken te hoeven, waren de draadjes aangesloten.

DSCN2461

Les 5. Koop van tevoren een elektriciteitsmetertje.

Nu moest ik nog de thermostaat vastmaken aan de muur. Met een boor. Dat vond ik natuurlijk helemáál niet eng want ik ben helemaal nóóit bang dat ik bij het boren per ongeluk een elektriciteitsleiding raak en ter plekke dood neerval. Nou ja, ik vond het een beetje eng. Maar er zaten geen stopcontacten in de buurt en de elektriciteitsdraadjes kwamen duidelijk recht van boven, dus ik dacht dat ik daarnaast wel gewoon zou kunnen boren. Toch nam ik mezelf voor om snel eens zo’n metertje aan te schaffen waarmee je kunt meten of er een leiding in de muur zit. Want het was toch jammer geweest als mijn vrouw vanavond bij thuiskomst een geëlektrocuteerde Tamar op de grond had aangetroffen. We zijn nog niet eens een jaar getrouwd.

DSCN2465

Les 6. Probeer eens wat uit.

Ik besloot het bescheiden risico tot elektrocutie op de proef te nemen en te gaan boren. Maar ook nu hielp de handleiding niet mee. Er stond dat ik de bijgeleverde schroeven en pluggen moest gebruiken om het ding vast te zetten – dat had ik zelf ook al bedacht. Maar welke maat boor moest ik gebruiken? Wat voor boor, überhaupt? Ik besloot gewoon maar wat te gaan doen. Ik koos voor de houtboor omdat we veel houten muren schijnen te hebben in huis, en ik begon maar gewoon met de kleinste. Daarna pakte ik steeds een grotere maat, totdat de plug erin paste. Ik heb uiteindelijk alle boren uit het doosje gebruikt. Pas bij de grootste boor uit het doosje paste de plug in het gat.

Les 7. Bekijk het van de positieve kant.

Ik schroefde de thermostaat vast. En merkte daarbij dat de plug heen en weer bewoog in het gat. Het gat was blijkbaar toch te groot. Nu heb ik dus een wiebelthermostaat. In een slechte bui zou ik kunnen denken: ik heb het verkeerd gedaan, ik kan niet klussen. Maar je kan er ook anders naar kijken. Eigenlijk is de thermostaat op deze manier namelijk heel flexibel. Hij kan namelijk bewegen. En flexibiliteit is, zoals iedereen weet, een hele goede eigenschap.

Heb jij ook twee linkerhanden? Of is klussen je grootste hobby?

Advertenties

(G)een stuiterbal

Twee weken geleden schreef ik voor het eerst over mijn ADD diagnose. Omdat er zoveel over te zeggen is, ga ik daar de komende tijd nog lekker mee door. Vandaag schrijf ik over ‘druk’ zijn. Maar ook over niét druk zijn. Want weinig ADHD’ers zijn echte stuiterballen. En zeker niet als je de ADD-variant hebt.

Zoek de ADD'er! (Oplossing onderaan deze blog)
Zoek de ADD’er! (Oplossing onderaan deze blog)

Wervelstorm in je hoofd

Allereerst: ‘druk’ is niet altijd het goede woord. Eigenlijk kun je het beter ‘onrustig zijn’ noemen. AD(H)D’ers worden onrustig en soms druk omdat er zoveel in hun hoofd gebeurt. Omdat je ‘filter’ minder goed werkt, komen er continue teveel prikkels binnen in je hoofd. En dus hebben je hersens steeds véél te verwerken. Gevolg: een wervelstorm aan gedachten in je hoofd en veel moeite om te ontspannen.

Blogger Iris, mijn grote inspiratiebron, illustreerde dat met een filmpje, en die vind ik zo toepasselijk dat ik bang ben dat ik ‘m even ga jatten:

Met die wervelstorm in je hoofd kun je op allerlei manieren mee omgaan. Je kunt van hot naar her gaan rennen of je kunt heel druk al die gedachten gaan uiten (lees: kwebbelen). Maar als je wat introverter bent, doe je dat niet zo snel. Dan ziet een ander alleen dat je niet kan ophouden met friemelen aan je oorbellen of je trouwring. Maar ze zien niet dat je steeds de spieren in je benen aanspant en ’s avonds dus met spierkramp in bed ligt. En ze zien ook niet dat je hoofd van binnen één grote draaimolen is vol gedachten die steeds maar doordenderen zonder dat je tot een conclusie komt, want het krioelt veel teveel door elkaar om helder rechtdoor te kunnen denken. Also known as ‘piekeren’.

Dopamine verhogen

Maar dat AD(H)D’ers soms of altijd druk zijn, heeft volgens mij ook nog een andere reden. Ik schreef vorige keer al over dopamine. Dopamine zorgt ervoor dat je prikkels beter kunt verwerken. Als je AD(H)D hebt, heb je te weinig dopamine. Maar heel druk doen en veel bewegen zorgt ervoor dat je toch wat meer dopamine aanmaakt. Dus ik denk dat het ook een soort overlevingsstrategie is.

Ik moet meteen denken aan mijn eigen studietijd. Ik vond mijn studietijd echt heel fijn, het was eigenlijk de periode waarin ik het beste met mijn ADD kon leven. Maar ik hield er achteraf best vreemde studeergewoontes op na. Ik kon niet zo lang achter elkaar studeren omdat ik dan een mistig en slaperig hoofd kreeg. En dus dronk ik veel koffie en at ik veel chocola, maar moest ik ook drukte creëren om wakker te blijven. Dan zette ik harde muziek op en ging ik – als ik alleen was – even dansen. Ongeveer elk uur of zo. Het zou best handig zijn als dat op kantoor in een grotemensenbaan nog steeds zou kunnen. Speciale dansruimtes met discolichten om de concentratie van medewerkers te vergroten. Ik ben helemaal voor.

Liters vieze automaatkoffie dronk ik tijdens mijn studie

Whaaaah ik heb een idee!

En dan is er bij mij nóg een reden dat ik soms druk ben. Op mijn werk waren ze er in het begin wel verbaasd over. Want ik was toch zo’n rustig meisje? Ik zat toch altijd zo geconcentreerd achter mijn computerscherm, me helemaal afsluitend voor mijn omgeving (hyperfocus, woehoe!). Maar op andere momenten liep ik soms ineens te stuiteren over de gang. Of werd ik ineens helemaal opgewonden tijdens een vergadering. Waarom? Nou, ik had Een Idee!

Door ons altijd doordenderende hoofd zijn AD(H)D’ers vaak creatief en kunnen we goed ‘out of the box’ denken. Iemand die altijd efficiënt rechtdoor denkt, komt niet zo snel op onverwachte ideeën. Maar als je zoveel prikkels binnenkrijgt en die allemaal tegelijk aan het verwerken bent, willen er nog wel eens onverwachte verbanden worden gelegd. En laat dat nou precies de kern zijn van creativiteit. Dat heet ook wel divergent denken: wild alle kanten op denken in plaats van keurig binnen de lijntje. Eureka!

In een goede bui voelt het soms alsof mijn hoofd een ideeënmachine is. Ze blijven maar komen, en ik word er blij van, maar soms ook een beetje gek. Maar vooral krijg ik er ontzettend veel energie van. Ik wil het metéén gaan uitvoeren, mijn handen jeuken, wat zeg ik, mijn hele lijf jeukt! En dan ben ik bijvoorbeeld ineens een WordPress blog aan het bouwen en mijn eerste blogpost aan het schrijven…

Ik weet niet of dat Eureka-gestuiter echt bij ADHD hoort of meer bij mij. Ik weet wel dat ik het niet zou willen missen.

En jij? Ben jij een rustige of een drukke AD(H)D’er? Waar word jij druk van? En vind je dat fijn of niet?

Tadaa, de oplossing. Goed geraden?
Tadaa, de oplossing. Goed geraden?