Down the rabbit hole, of mijn ResearchGate verslaving

rabbit hole

Je weet wel, het konijnenhol waar Alice (van Wonderland) doorheen valt en allemaal avonturen beleeft? Mij doet het beeld denken aan de  gedachtekronkels in mijn hoofd. Aan de manier waarop mijn associaties mij dikwijls zomaar van het rechte denkpad af laten dwalen. Ik tuimel door het gat heen en kan vervolgens niet meer zomaar terugklauteren, want ik ben de tijd helemaal vergeten en weet ook niet meer wat ik ook alweer aan het doen was. Leuk hoor, maar ook wel lastig. En internet maakt die tuimeling nog veel makkelijker: in een YouTube filmpje had een ADHD-vlogger het over ‘falling down the Youtube hole’. Hoe je door het (konijnen?)hol  van YouTube kunt vallen en al klikkend steeds verder wegdrijven van wat je eigenlijk aan het doen was.

Ik heb dat niet alleen met YouTube, maar ook met ResearchGate. Als rechtgeaarde nerd vind ik ResearchGate geweldig. Het is een soort facebook voor onderzoekers: je maakt als onderzoeker een profiel aan, voegt collega-onderzoekers als ‘ResearchGate-vrienden’ toe en zet al je wetenschappelijke artikelen online. Vervolgens mag je ongegeneerd urenlang door al die andere artikelen snuffelen. En het meest geweldige is dat er onder elk artikel weer een hele lijst staat van nieuwe wetenschappelijke studies, die naar dit onderzoek hebben verwezen.

Zo ben je wel even zoet. Vooral natuurlijk als je niet alleen een nerd bent, maar ook ADHD hebt. Want dan laat je je maar al te graag lekker afleiden. En klik je impulsief op elke titel die ook maar een klein beetje nieuwsgierigheid opwekt. En vergeet je vervolgens niet alleen de tijd, maar ben je ineens ook kwijt waarom je hier ook alweer was beland en wat je nou eigenlijk op had willen zoeken. Ja, het konijnenhol dus.

Vind een beroep waarbij je professioneel ADHD’er mag zijn, las ik ergens. Misschien heb ik het gevonden. Want sinds kort doe ik een cursus wetenschapsjournalistiek. En waar ik heel even bang was dat ik nooit genoeg onderwerpen zou kunnen verzinnen om over te schrijven, weet ik nu wel beter. In het ResearchGate konijnenhol kom ik vanzelf zoveel onderwerpen op het spoor dat ik nooit om inspiratie verlegen hoef te zitten. Alleen moet ik dan natuurlijk wel zorgen dat ik ook weer úit het konijnenhol kom, anders komen die artikelen er natuurlijk nooit.

Op eigen risico: http://www.researchgate.net.

But I try

image

De dagen na het overlijden van David Bowie begon mijn vriendin fanatiek via Spotify naar een ‘best of’ afspeellijst te luisteren. Als eerbetoon aan één van haar helden. En zo raakte ik ineens verslaafd aan het liedje ‘Modern Love’, dat ik nu bijvoorbeeld al een half uur op repeat heb staan.

Ik ken eigenlijk alleen de meest bekende Bowie hits en Modern Love dacht ik niet te kennen, maar het kwam me wel vaag bekend voor. Ik bleek ‘m te hebben gehoord in de soundtrack van de film Frances Ha. Eén van de beste films is die ik ken over wat tegenwoordig ‘dolende dertigers’ wordt genoemd.

Nou word ik over anderhalve maand dertig. En ja, ik heb last van een dertigerscrisis, al heb ik het meeste getob alweer achter me gelaten. Ik begon er een paar jaar te vroeg mee, toen kwam er een burnout overheen en nu ben ik toch vooral blij dat ik weer bijna beter ben en kan ik al dat gedool wat beter relativeren. ‘Been there, done that’, zei zij en zwiepte haar haar arrogant over haar schouders.

Nee, zo simpel is het natuurlijk niet, en ik wil het gedool ook niet bagatelliseren. Ik ken bijna niemand die geen last heeft van dertigersgedool. Of ze nou dertig zijn of vijftig – of is het in dat laatste geval dan weer een midlifecrisis? – om mij heen loopt men massaal rond met getob over relaties, kinderen, werk en zingeving.

Een conventionele relatie met één persoon, of de vrije, maar onwennige wereld van de polyamourie? Een vaste baan onder je niveau, of alle zekerheid opgeven voor een onderbetaalde en tijdelijke droombaan? Een niet zo lekker lopende relatie forceren omdat je een kinderwens hebt, of toch maar het risico nemen dat je niet meer ‘op tijd’ iemand tegenkomt? En zelfs: het klooster in of toch een werelds leven?

Er wordt wat afgetobd om me heen, en dat vind ik ergens wel fijn. Het troost me dat ik niet de enige ben die het allemaal niet zo goed weet. En zo troostrijk was ook die film, Frances Ha; een prachtige zwartwitfilm waarin naturel en met veel improvisatie wordt geacteerd.

Frances woont samen met haar beste vriendin, en haar leven draait om die vriendschap. Maar die vriendin vindt het wel weer genoeg met het vrije twintigersleven en wil samenwonen met haar vriend. Terwijl de één het gebaande pad ingaat van samenwonen en kinderen krijgen, weet de ander niet zo goed wat er nu nog van haar leven over is. We zien haar aandoenlijk veinzen dat ze de vrijheid omarmt, door zomaar op het vliegtuig naar Parijs te stappen – waar ze vervolgens eenzaam in een appartement om zich heen zit te kijken, want de Parijse vrienden met wie ze wel spontaan had af willen spreken zijn niet eens thuis.

Ondertussen blijkt ze ook nog eens niet het talent te hebben om haar droom te kunnen bereiken: ze is een prima balletdanseres, maar niet goed genoeg voor de top. Maar uiteindelijk vindt ze voorzichtig toch haar plek. Schipperend tussen ‘je passie volgen’ en genoegen nemen met de middelmaat. De middenweg zoekend tussen opgeven en doorzetten.

En tussen al dat gedool en die af en toe hartverscheurende eenzaamheid is er dan David Bowie met Modern Love.

Ik snap wel dat ze voor dat liedje hebben gekozen. Met zo’n prachtige samenvatting van het dertigersdilemma. Want Bowie gelooft niet in ‘modern love’ met al haar gefladder en bindingsangst en gebrek aan commitment, en wil zwichten voor de traditionele liefde (‘church on time’), maar dat is het ook niet, want dat ‘makes him party’ en ‘terrifies him’. Dan maar je vertrouwen stellen in de relatie tussen ‘God and man’, je stort je op religie, op filosofie, op een diepgrondige bestudering van het leven, of misschien wel op de banenjacht of op het zo nodig creatief willen zijn. Tot dat je ook weer de keel uit begint te hangen. (Dat alles haalde ik niet meteen uit de lyrics hoor; ik las deze mooie analyse.)

Maar het mooiste is die prachtige akkoordencombinatie, gejat van Little Richard las ik, die zo vergevingsvol klinkt, een combinatie van begripvolheid en relativering. En dat is precies hoe ik me nu tot mijn dertigersgedool verhoud. Of wil verhouden. Ik klaag wel maar met een vrolijke toon. We dolen allemaal.

I’m standing in the wind. I’m lying in the rain. I never wave bye-bye. But I try. I try.

En voeg daar dan nog eens Frances aan toe die balletdansend door de stad rent op en je dag is weer helemaal goed, ik beloof het:

(En dan nu allemaal door naar Spotify om het liedje verder te luisteren, op repeat!)

Klussen met 2 linkerhanden: 7 wijze lessen

Poe, een blog consequent bijhouden is nog niet zo makkelijk. En al helemaal niet als je zo graag super op tijd wil zijn met nieuwe blogs, dat je het bijltje er bijna bij neer wil gooien als dat even niet lukt. Maar ik ben weer met frisse moed opnieuw begonnen. Bij deze presenteer ik u mijn nieuwste avontuur: klussen met twee linkerhanden. Het kan!

DSCN2464

Dingen zijn niet zo mijn ding.

Ik ben een onhandige intellectueel met een slechte motoriek en – tot kortgeleden – weinig interesse in Dingen. Ik kon als kind al niet binnen de lijntjes van een kleurplaat kleuren. Op de middelbare school deed ik alles verkeerd bij techniek. De instructies gingen mijn ene oor in, het andere oor uit, en ik moest alle stappen honderd keer navragen bij klasgenootjes of, als die begonnen te zuchten, bij de naar oud zweet riekende techniekleraar. Mijn benen zitten vol blauwe plekken omdat ik tegen van alles aan stoot. Ik gooi regelmatig thee over mezelf heen, bijvoorbeeld omdat ik ondertussen een verhaal aan het vertellen ben en mijn kopje dan ongemerkt steeds schuiner houd.

Maatschappelijk opgevoed tot vrouw

Naast dat alles ben ik ook nog eens maatschappelijk opgevoed tot vrouw. Ik kreeg vroeger kookles van mijn moeder, maar geen klusles van mijn vader. Mijn vrouw heeft in haar jeugd wel flink meegeklust met haar vader, want haar ouders wisten toen nog niet dat ze een vrouw aan het opvoeden waren. Je zou dus denken dat zij met gemak alle klussen in huis ter hande neemt. Maar helaas heeft techniek ook haar interesse nooit zo gehad en is er heel veel aandringen voor nodig om haar richting boor te bewegen.

Dit probleem hebben we tot nu toe opgelost door:

  • Niet te klussen in huis.
  • Dingen op te hangen met plakkers en magneten in plaats van vastgeschroefde haakjes.
  • Eens in de zoveel tijd een vader te bestellen, die dan uit resp. Limburg of Noord-Brabant naar Utrecht rijdt om voor ons de lampen op te hangen of het laminaat te leggen.

Maar toch. Heb ik. Vandaag. Een. Thermostaat. Aangesloten! Helemaal alleen.

En ik heb er deze lessen van geleerd.

Les 1. Let goed op bij de techniekles – 15 jaar later ben je er dankbaar voor.

Ik begon vol goede moed de oude thermostaat los te schroeven. Toen dat met enig geweld was gelukt zag ik een paar gekleurde draadjes en dacht: aha, iets met elektriciteit.
DSCN2458Beelden van de techniekles kwamen naar boven. Iets met een rood en een groen draadje en iets met een tang waarmee je de witte randjes weg kon halen. En iets met: heel voorzichtig zijn, want als je het uiteinde van het draadje aanraakt sta je onder stroom. Ik besloot de stroom uit te schakelen.

Les 2. Zorg altijd voor een opgeladen telefoon.

Ik pakte de nieuwe thermostaat. In handleiding las ik dat je de gekleurde draadjes ergens in moest stoppen. Probleem echter: welk draadje moest waarin? Er waren twee draadjes* en drie dingetjes om ze in te stoppen. In de handleiding stond: “sluit de draden aan volgens het aansluitschema”. Maar er stond niet wat dat aansluitschema was of waar je ‘m kon vinden. DSCN2463

Ik pakte mijn iPad om te kijken of er op internet misschien ergens aansluitschema’s te vinden waren. Want op internet staat altijd alles. Maar ik had geen internet. Want ik had net de stroom uitgeschakeld. Mijn telefoon heeft 3g, maar de batterij van mijn telefoon was leeg. Dat is de batterij van mijn telefoon wel vaker op cruciale momenten.

*Op de foto zie je een derde draadje, maar die zat ‘dicht’ (niet gestript) en was duidelijk niet in gebruik geweest.

Les 3. Kijk om je heen als je een probleem hebt.

Ik besloot de stroom dus maar weer aan te zetten, zodat ik via mijn iPad op internet kon. Tevergeefs klikte ik alle schakels in de meterkast meerdere keren naar boven en beneden. Geen internet. Geen geruststellend geluid van de printer die zichzelf opstart. Geen stroom.

Ik besloot rustig te blijven en keek om me heen. Ik zag een handleiding hangen. Het eerste woord dat me opviel was ‘aardlekschakelaar’. Ik wist niet meer precies wat een aardlekschakelaar was, maar zag in de meterkast ineens dat er bij twee knopjes ‘aardlekschakelaar’ stond, en dat de ene naar boven stond en de ander naar beneden. Ik besloot de tweede ook naar boven te doen en hoorde het geluid van de printer die aan ging. En had weer internet.

(Voor wie het iets kan schelen: de aardlekschakelaar bleek een schakelaar te zijn die uit zichzelf een deel van de stroom uitschakelt als je kortsluiting hebt, wat dat ook mag wezen. Je kan ‘m echter ook zelf met de hand uitzetten en dat had ik per ongeluk gedaan.)

Les 4. Op internet vind je de oplossing van bijna alles. Maar soms moet je gewoon even iets van de andere kant bekijken.

Op internet vond ik al snel de informatie dat het niet uitmaakt in welk gaatje je welk draadje stopte. Alleen stond er dan weer niet wélke van de drie gaatjes ik moest gebruiken.  Ik besloot het dan maar gewoon uit te proberen – er waren immers maar drie opties. Ik deed de stroom weer uit – dit keer iets minder rigoureus – en ging aan de slag, waarbij ik de thermostaat even om moest draaien. En tada: aan de achterkant van de thermostaat stond een tekening die bij nadere inspectie een aansluitschema bleek te zijn. Na heel veel gefriemel met schroefjes die niet helemaal los gingen maar ook niet helemaal los bleken te hoeven, waren de draadjes aangesloten.

DSCN2461

Les 5. Koop van tevoren een elektriciteitsmetertje.

Nu moest ik nog de thermostaat vastmaken aan de muur. Met een boor. Dat vond ik natuurlijk helemáál niet eng want ik ben helemaal nóóit bang dat ik bij het boren per ongeluk een elektriciteitsleiding raak en ter plekke dood neerval. Nou ja, ik vond het een beetje eng. Maar er zaten geen stopcontacten in de buurt en de elektriciteitsdraadjes kwamen duidelijk recht van boven, dus ik dacht dat ik daarnaast wel gewoon zou kunnen boren. Toch nam ik mezelf voor om snel eens zo’n metertje aan te schaffen waarmee je kunt meten of er een leiding in de muur zit. Want het was toch jammer geweest als mijn vrouw vanavond bij thuiskomst een geëlektrocuteerde Tamar op de grond had aangetroffen. We zijn nog niet eens een jaar getrouwd.

DSCN2465

Les 6. Probeer eens wat uit.

Ik besloot het bescheiden risico tot elektrocutie op de proef te nemen en te gaan boren. Maar ook nu hielp de handleiding niet mee. Er stond dat ik de bijgeleverde schroeven en pluggen moest gebruiken om het ding vast te zetten – dat had ik zelf ook al bedacht. Maar welke maat boor moest ik gebruiken? Wat voor boor, überhaupt? Ik besloot gewoon maar wat te gaan doen. Ik koos voor de houtboor omdat we veel houten muren schijnen te hebben in huis, en ik begon maar gewoon met de kleinste. Daarna pakte ik steeds een grotere maat, totdat de plug erin paste. Ik heb uiteindelijk alle boren uit het doosje gebruikt. Pas bij de grootste boor uit het doosje paste de plug in het gat.

Les 7. Bekijk het van de positieve kant.

Ik schroefde de thermostaat vast. En merkte daarbij dat de plug heen en weer bewoog in het gat. Het gat was blijkbaar toch te groot. Nu heb ik dus een wiebelthermostaat. In een slechte bui zou ik kunnen denken: ik heb het verkeerd gedaan, ik kan niet klussen. Maar je kan er ook anders naar kijken. Eigenlijk is de thermostaat op deze manier namelijk heel flexibel. Hij kan namelijk bewegen. En flexibiliteit is, zoals iedereen weet, een hele goede eigenschap.

Heb jij ook twee linkerhanden? Of is klussen je grootste hobby?

(G)een stuiterbal

Twee weken geleden schreef ik voor het eerst over mijn ADD diagnose. Omdat er zoveel over te zeggen is, ga ik daar de komende tijd nog lekker mee door. Vandaag schrijf ik over ‘druk’ zijn. Maar ook over niét druk zijn. Want weinig ADHD’ers zijn echte stuiterballen. En zeker niet als je de ADD-variant hebt.

Zoek de ADD'er! (Oplossing onderaan deze blog)
Zoek de ADD’er! (Oplossing onderaan deze blog)

Wervelstorm in je hoofd

Allereerst: ‘druk’ is niet altijd het goede woord. Eigenlijk kun je het beter ‘onrustig zijn’ noemen. AD(H)D’ers worden onrustig en soms druk omdat er zoveel in hun hoofd gebeurt. Omdat je ‘filter’ minder goed werkt, komen er continue teveel prikkels binnen in je hoofd. En dus hebben je hersens steeds véél te verwerken. Gevolg: een wervelstorm aan gedachten in je hoofd en veel moeite om te ontspannen.

Blogger Iris, mijn grote inspiratiebron, illustreerde dat met een filmpje, en die vind ik zo toepasselijk dat ik bang ben dat ik ‘m even ga jatten:

Met die wervelstorm in je hoofd kun je op allerlei manieren mee omgaan. Je kunt van hot naar her gaan rennen of je kunt heel druk al die gedachten gaan uiten (lees: kwebbelen). Maar als je wat introverter bent, doe je dat niet zo snel. Dan ziet een ander alleen dat je niet kan ophouden met friemelen aan je oorbellen of je trouwring. Maar ze zien niet dat je steeds de spieren in je benen aanspant en ’s avonds dus met spierkramp in bed ligt. En ze zien ook niet dat je hoofd van binnen één grote draaimolen is vol gedachten die steeds maar doordenderen zonder dat je tot een conclusie komt, want het krioelt veel teveel door elkaar om helder rechtdoor te kunnen denken. Also known as ‘piekeren’.

Dopamine verhogen

Maar dat AD(H)D’ers soms of altijd druk zijn, heeft volgens mij ook nog een andere reden. Ik schreef vorige keer al over dopamine. Dopamine zorgt ervoor dat je prikkels beter kunt verwerken. Als je AD(H)D hebt, heb je te weinig dopamine. Maar heel druk doen en veel bewegen zorgt ervoor dat je toch wat meer dopamine aanmaakt. Dus ik denk dat het ook een soort overlevingsstrategie is.

Ik moet meteen denken aan mijn eigen studietijd. Ik vond mijn studietijd echt heel fijn, het was eigenlijk de periode waarin ik het beste met mijn ADD kon leven. Maar ik hield er achteraf best vreemde studeergewoontes op na. Ik kon niet zo lang achter elkaar studeren omdat ik dan een mistig en slaperig hoofd kreeg. En dus dronk ik veel koffie en at ik veel chocola, maar moest ik ook drukte creëren om wakker te blijven. Dan zette ik harde muziek op en ging ik – als ik alleen was – even dansen. Ongeveer elk uur of zo. Het zou best handig zijn als dat op kantoor in een grotemensenbaan nog steeds zou kunnen. Speciale dansruimtes met discolichten om de concentratie van medewerkers te vergroten. Ik ben helemaal voor.

Liters vieze automaatkoffie dronk ik tijdens mijn studie

Whaaaah ik heb een idee!

En dan is er bij mij nóg een reden dat ik soms druk ben. Op mijn werk waren ze er in het begin wel verbaasd over. Want ik was toch zo’n rustig meisje? Ik zat toch altijd zo geconcentreerd achter mijn computerscherm, me helemaal afsluitend voor mijn omgeving (hyperfocus, woehoe!). Maar op andere momenten liep ik soms ineens te stuiteren over de gang. Of werd ik ineens helemaal opgewonden tijdens een vergadering. Waarom? Nou, ik had Een Idee!

Door ons altijd doordenderende hoofd zijn AD(H)D’ers vaak creatief en kunnen we goed ‘out of the box’ denken. Iemand die altijd efficiënt rechtdoor denkt, komt niet zo snel op onverwachte ideeën. Maar als je zoveel prikkels binnenkrijgt en die allemaal tegelijk aan het verwerken bent, willen er nog wel eens onverwachte verbanden worden gelegd. En laat dat nou precies de kern zijn van creativiteit. Dat heet ook wel divergent denken: wild alle kanten op denken in plaats van keurig binnen de lijntje. Eureka!

In een goede bui voelt het soms alsof mijn hoofd een ideeënmachine is. Ze blijven maar komen, en ik word er blij van, maar soms ook een beetje gek. Maar vooral krijg ik er ontzettend veel energie van. Ik wil het metéén gaan uitvoeren, mijn handen jeuken, wat zeg ik, mijn hele lijf jeukt! En dan ben ik bijvoorbeeld ineens een WordPress blog aan het bouwen en mijn eerste blogpost aan het schrijven…

Ik weet niet of dat Eureka-gestuiter echt bij ADHD hoort of meer bij mij. Ik weet wel dat ik het niet zou willen missen.

En jij? Ben jij een rustige of een drukke AD(H)D’er? Waar word jij druk van? En vind je dat fijn of niet?

Tadaa, de oplossing. Goed geraden?
Tadaa, de oplossing. Goed geraden?

Een vloeiende wereld

Dit is een spannende blogpost, want het gaat over iets heel persoonlijks. Ik ben afgelopen zomer namelijk gediagnosticeerd met ADD, de ‘dromerige’ vorm van ADHD. Dat was wel even wennen: ik, ADHD? Ik ben toch geen drukke stuiterbal? Maar nu ik echt snap wat ADHD is, vallen er veel puzzelstukjes op hun plek.

DSCN2103

Stuiterende jongetjes

AD(H)D wordt vaak niet goed begrepen. Als ik vroeger aan ADHD dacht, zag ik een stuiterend jongetje voor me. Een moeilijk opvoedbaar kind dat iedereen tot last is, ook al bedoelt hij het nog zo goed. Maar lang niet alle ADHD’ers zijn druk (of lastig). ADHD kan zich op veel manieren uiten: als dromerigheid, ongeorganiseerdheid, creativiteit of het vermogen analytische verbanden te leggen. ADHD kan een valkuil zijn, maar ook een talent. En vrouwen hebben net zo vaak ADHD als mannen, alleen komen ze er vaak pas op latere leeftijd achter.

DSCN2355

Hee, een konijn!

Ik was altijd al een dromerig kind dat veel tijd doorbracht in haar eigen hoofd, in haar eigen wereld. Ik was langzaam met alles: met mijn jas aandoen, mijn spullen pakken, rekensommen maken, reageren op instructies. Op de achterbank van de auto keek ik uit het raam en verzon ik verhalen over een jongen en een meisje die samen op reis waren, in bomen klommen en bij boerderijen aanbelden om te vragen of ze mee mochten eten. Maar als mijn moeder riep ‘Hee, een konijn! Daar in het veld!’, dan reageerde ik veel te laat: ‘Waar dan? Ik zie ‘m niet!’. Vaak met een onbedaarlijke huilbui tot gevolg, terwijl we dat veld met dat konijn allang weer voorbijgereden waren en mijn broers er niets van begrepen hoe ik dat konijn nou had kunnen missen.

DSCN1885

Prikkels

De kern van ADHD is dat je hersenen prikkels minder filteren en minder dempen. Prikkels zijn alle zintuiglijke waarnemingen die je doet: alles wat je hoort, ziet, ruikt, proeft en voelt. Er komen per seconde duizenden prikkels op je af. Je hersenen maken daarin automatisch een selectie, omdat je anders helemaal gek wordt van al die input. Je hebt als het ware een filter waardoor sommige prikkels wel worden binnengelaten, en andere niet. Bij iemand met ADHD komen er meer prikkels door die filter heen. Er komt teveel binnen om meteen te kunnen verwerken, en dus word je af en toe alsnog helemaal gek. ADHD’ers reageren dat vooral af naar buiten, ADD’ers meer naar binnen. (Officieel is ADD een subtype van ADHD.)

Markeerstift

Die zogenaamde filter heeft veel te maken met het hersenstofje dopamine. Dopamine werkt als een markeerstift: het markeert bepaalde prikkels, zodat andere prikkels naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt erop dat mensen met ADHD minder dopamine ter beschikking hebben in bepaalde hersengebieden. Je kunt proberen dat dopamine-tekort op te lossen door sloten koffie te drinken, een kettingroker te worden, drugs te gebruiken, overmatig te sporten en enorme hoeveelheden chocola te eten. Maar vaak zal dat niet genoeg helpen en sommige van deze voorbeelden zijn erg ongezond. Ritalin is dan toch een stuk makkelijker en gezonder.

DSCN2281

Vloeiender

Als ik ADD moet uitleggen in mijn eigen taal, zou ik zeggen: alles is vloeiender, minder concreet, minder tastbaar. Gedachten, ideeën en waarnemingen vloeien meer door elkaar, zijn minder goed van elkaar te onderscheiden. Op goede momenten is dat fijn. Het is in zekere zin heel esthetisch. Op slechte momenten voelt het als drijfzand, ik verlies de grond onder mijn voeten en heb sloten energie nodig om mezelf steeds weer uit het moeras te hijsen.

Met ritalin voelt het alsof alles meer vaste vorm krijgt. Gedachten, ideeën en waarnemingen zijn meer gerangschikt in hokjes. Alle lijnen worden wat rechter, ik krijg vaste grond onder mijn voeten. En ik ben niet meer constant zo moe. Ritalin is geen must hoor, er zijn genoeg ADHD’ers die het zonder doen. Maar voor mij is het op dit moment ideaal.

DSCN1900

ADD: de serie

Als je minder goed kunt filteren, heb je heel veel ideeën en kun je van alles over een onderwerp vertellen. De eerste versie van deze blogpost was dan ook drie keer zo lang! Vandaar dat ik er maar meteen een serie van maak. In de volgende afleveringen ga ik o.a. vertellen over verjaardagsfeestjes, onwetende journalisten, langzaam zijn, impulsiviteit, wat er gebeurt als je tevéél dopamine hebt, en waar die H van hyperactief nou mee te maken heeft. En als je nog iets anders wil weten: ik sta open voor verzoeknummers!

Ik ben sowieso benieuwd naar jullie vragen en reacties. En waar ik ook benieuwd naar ben is:

  • Wat voor beeld verschijnt er op jullie netvlies als je je een stereotype ADHD’er of ADD’er voorstelt? 
  • Ken je mensen in je omgeving die op latere leeftijd de diagnose kregen? 
  • Of heb je zelf AD(H)D en hoe lang weet je dat al?

Wandelen in de kou, hert gezien

Het was koud in het bos. Dit keer had ik een wandelmaatje. We liepen te kleumen. Pauzes konden niet echt, want dan werd het kleumen nog erger.


DSCN2262 - kopie
DSCN2282 DSCN2289

Zo mistig en koud als de foto’s eruitzien was het ook echt. Als een echte die hard leende ik mijn handschoenen uit aan mijn wandelmaatje, die ze vergeten was. Met mijn handen diep in mijn zakken was het wel te doen. Wandelende voorbijgangers waren diep weggedoken in hun sjaal, of hadden mutsen op.DSCN2294 DSCN2306

En we zagen dus een hert. Een groot levend wezen tussen de bomen. Ongeveer tien meter van ons vandaan.  DSCN2316DSCN2317

We wilden nog iets drinken en eten na afloop, even warm worden. Ik stelde me voor: bruin café, haardvuur. Maar het werd een Chinees restaurant. Waterlelies in een vijver, harmonieuze muziek. Per ongeluk zat er vlees in mijn soep. Het was erg lekker.

DSCN2324

Grijs midden, barbapapaland, veelkleurige bontheid?

Update: de documentaire wordt op 3 januari getoond in Studio K.

Leren doe je als kind vaak spelenderwijs. Wat leert dat je over gender? Ik leerde als kind dat klussen iets voor mannen is en koken iets voor vrouwen. Dat het heel geëmancipeerd is als een vrouw boort en als een man kookt. Ik leerde dat mannelijkheid iets donkers, blauws en zwaars is, en vrouwelijkheid iets rozeroods en lichts is. Ik leerde dat mannen macht hebben en dat vrouwen lief zijn.

Wijs een willekeurig voorwerp aan en de meeste mensen kunnen zeggen of ze het mannelijk of vrouwelijk vinden. Gender gaat veel en veel verder dan wat je tussen je benen hebt, of je wel of geen borsten hebt en in welke verhouding oestrogenen en testosteron rondzwerven in je lichaam. Gender doordrenkt werkelijk álles.

Als doorgewinterde feministe vind ik dat meestal ontzettend stom. Punt. Toch is het ook wel eens leuk om na te denken, door te denken, over waaróm het eigenlijk ook alweer stom is, of het áltijd stom is, of we er iets aan kunnen doen… Dat gebeurde afgelopen donderdagavond bij een thema-avond over genderneutraliteit van FemNet, het feministisch netwerk van GroenLinks.

DSCN2255

DSCN2257
Documentairemaakster Sterre de Jong vertoonde daar N for Neutral. In deze documentaire stelt ze de vraag waarom we van volwassen mensen verwachten dat zij geëmancipeerde levens leiden – waarin niet vastgeroeste ideeën over gender, maar authentieke keuzes leidend zijn – terwijl we kinderen leren dat er twee verschillende soorten mensen zijn die absoluut niet met hetzelfde speelgoed kunnen spelen.


Goede vraag. Juist op het moment dat mensen ver vóór de puberteit nog nauwelijks geslachtelijk gedifferentieerd zijn, willen we ze uit alle macht opdelen in twee helften. Roze of blauwe muisjes, geboortekaartjes die maar in twee kleuren komen, speelgoedwinkels die maar twee soorten speelgoed hebben. Als compensatiestrategie? Omdat we anders in de war raken? Ik weet het niet.

In Zweden, mijn lievelingsland, wordt veel nagedacht over dit probleem. Sterre bezocht er o.a. kinderopvang Egalia, waar kinderen genderneutraal worden opgevoed. Hun begeleiders benaderen de kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier – afhankelijk van hoe het kind zich gedraagt, natuurlijk. Ze troosten huilende jongetjes even lang als huilende meisjes – iets wat, zo blijkt uit onderzoek, meestal niet het geval is, want de meeste volwassenen zijn lief voor huilende meisjes en geven huilende jongens een ‘kop op’. En, groot punt van controverse, in Egalia spelen ze met taal. Ze gebruiken voor iedereen het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ in plaats van ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij).

DSCN2250
Veel mensen schrikken van de benadering. Ik niet zo. Ik vind het er heerlijk uitzien, al die kinderen in verschillende bonte kleuren, en dan het idee dat ze alles mogen zijn wat ze willen. Maar ik snap de weerstand ook wel.

Als je het woord ‘genderneutraal’ hoort, waar denk je dan aan? Wat stel je je voor? Ik denk aan grijs. Een grijzig midden tussen twee kleurige uiteinden. Het klinkt niet erg vrolijk. Zweedse columnisten dachten wel aan iets vrolijks, zij stelden genderneutraliteit voor als een soort barbapapa-land. Grote, kleurige, verschillende wezens met lieve ogen. Maar wel een beetje kinderachtig. Ik stel me zo voor dat dat ook het voornaamste bezwaar is van dit soort critici. Veel mensen associeren gender met seks en seks met volwassenheid, en genderneutraliteit dus met seksloosheid en kinderachtigheid.

Wat is die link tussen gender en seks? Ik vind het een interessante. Hoe fluïde mijn seksuele oriëntatie ook is, mijn seksuele verlangen naar mensen is gegendered: ik merk dat ik specifieke combinaties van mannelijkheid en vrouwelijkheid aantrekkelijk vind. Gender is misschien wel de taal van verlangen. Vandaar ook dat butch-femme weer zo helemaal ‘in’ is – het is sexy, en volgens mij niet vanwege een soort heteronormativiteit maar vanwege een verlangen naar contrast en uitgesprokenheid.


Maar waaróm is gender voor mij en veel anderen een taal van verlangen? Komt dat niet gewoon omdat we van jongs af aan doordrenkt zijn met gender, terwijl dat ook anders zou kunnen? Kunnen contrast en uitgesprokenheid dan niet bestaan in een genderneutrale wereld?

‘Neutraal’ is dan denk ik het verkeerde woord. ‘Neutraal’ klinkt naar allesbehalve uitgesprokenheid en contrast – het klinkt als eenheidsworst. Ik kan me een wereld voorstellen waarin het hebben van een mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel niet dé manier is waarop we mensen indelen. Maar waarin mensen oneindig divers en variabel zijn. Een grote veelkleurigheid, een bonte parade aan mensen. Geen neutraliteit, maar diversiteit.

En ik kan me die wereld ook weer niét voorstellen. Want dualistisch denken, is dat niet gewoon een oermenselijk trekje? Dualiteit kun je natuurlijk overal aan ophangen. Er zijn duizend manieren om de mensheid in tweeën te delen: op grond van haarkleur, huidskleur (dat doen we al regelmatig), links- of rechtshandigheid, de plek waar je woont, het wel of niet kunnen maken van een tong-gootje… Maar ik vind het niet vreemd dat we het zo vaak op grond van ons voortplantingsstelsel doen. Kinderen krijgen blijft iets wat we belangrijk vinden. Niet zo vreemd dus dat we ervan doordrongen zijn welke mensen doorgaans eicellen dan wel zaadcellen kunnen leveren. Ik zie die eigenschappen niet als onze essentie, maar kijk er ook niet van op dat we nou net dáár zo vaak het mes in de taart zetten om deze doormidden te snijden.

Is genderneutraliteit dan een naïeve utopie? Ach, ik weet het niet. Maar kunnen we niet gewoon accepteren dat we nou eenmaal vaak dualistisch denken, en dat dat soms sexy is, en tegelijkertijd leren om al die beperkende stereotypes niet zo serieus nemen? Het zou zo fijn zijn: een wereld waarin meisjes klussen en boren ‘not a big deal’ vinden, in plaats van iets wat papa doet en mama nooit en wat daarom heel bijzonder en emanciperend en misschien wel best moeilijk is voor vrouwen. Dat het woord ‘papadag’ en woord van vroeger kan worden, een woord van die gekke tijd waarin we dachten dat zorgen voor vrouwen natuurlijk is en voor mannen bijzonder. Dat lief zijn, macht hebben, klussen en koken niets te maken hebben met man, vrouw of iets anders zijn. Dat kinderen kortom leren dat waar ze toe in staat zijn, niets te maken heeft met wat er tussen hun benen zit (behalve bij activiteiten waarbij je juist dat lichaamsdeel gebruikt).

Hoe denken julli dat een genderneutrale wereld eruit zou zien? Zou je in een wereld willen leven waar gender geen rol speelt?

Wil je de docu N for Neutral ook bekijken? Houd de facebookpagina in de gaten voor nieuws over screenings!