But I try

image

De dagen na het overlijden van David Bowie begon mijn vriendin fanatiek via Spotify naar een ‘best of’ afspeellijst te luisteren. Als eerbetoon aan één van haar helden. En zo raakte ik ineens verslaafd aan het liedje ‘Modern Love’, dat ik nu bijvoorbeeld al een half uur op repeat heb staan.

Ik ken eigenlijk alleen de meest bekende Bowie hits en Modern Love dacht ik niet te kennen, maar het kwam me wel vaag bekend voor. Ik bleek ‘m te hebben gehoord in de soundtrack van de film Frances Ha. Eén van de beste films is die ik ken over wat tegenwoordig ‘dolende dertigers’ wordt genoemd.

Nou word ik over anderhalve maand dertig. En ja, ik heb last van een dertigerscrisis, al heb ik het meeste getob alweer achter me gelaten. Ik begon er een paar jaar te vroeg mee, toen kwam er een burnout overheen en nu ben ik toch vooral blij dat ik weer bijna beter ben en kan ik al dat gedool wat beter relativeren. ‘Been there, done that’, zei zij en zwiepte haar haar arrogant over haar schouders.

Nee, zo simpel is het natuurlijk niet, en ik wil het gedool ook niet bagatelliseren. Ik ken bijna niemand die geen last heeft van dertigersgedool. Of ze nou dertig zijn of vijftig – of is het in dat laatste geval dan weer een midlifecrisis? – om mij heen loopt men massaal rond met getob over relaties, kinderen, werk en zingeving.

Een conventionele relatie met één persoon, of de vrije, maar onwennige wereld van de polyamourie? Een vaste baan onder je niveau, of alle zekerheid opgeven voor een onderbetaalde en tijdelijke droombaan? Een niet zo lekker lopende relatie forceren omdat je een kinderwens hebt, of toch maar het risico nemen dat je niet meer ‘op tijd’ iemand tegenkomt? En zelfs: het klooster in of toch een werelds leven?

Er wordt wat afgetobd om me heen, en dat vind ik ergens wel fijn. Het troost me dat ik niet de enige ben die het allemaal niet zo goed weet. En zo troostrijk was ook die film, Frances Ha; een prachtige zwartwitfilm waarin naturel en met veel improvisatie wordt geacteerd.

Frances woont samen met haar beste vriendin, en haar leven draait om die vriendschap. Maar die vriendin vindt het wel weer genoeg met het vrije twintigersleven en wil samenwonen met haar vriend. Terwijl de één het gebaande pad ingaat van samenwonen en kinderen krijgen, weet de ander niet zo goed wat er nu nog van haar leven over is. We zien haar aandoenlijk veinzen dat ze de vrijheid omarmt, door zomaar op het vliegtuig naar Parijs te stappen – waar ze vervolgens eenzaam in een appartement om zich heen zit te kijken, want de Parijse vrienden met wie ze wel spontaan had af willen spreken zijn niet eens thuis.

Ondertussen blijkt ze ook nog eens niet het talent te hebben om haar droom te kunnen bereiken: ze is een prima balletdanseres, maar niet goed genoeg voor de top. Maar uiteindelijk vindt ze voorzichtig toch haar plek. Schipperend tussen ‘je passie volgen’ en genoegen nemen met de middelmaat. De middenweg zoekend tussen opgeven en doorzetten.

En tussen al dat gedool en die af en toe hartverscheurende eenzaamheid is er dan David Bowie met Modern Love.

Ik snap wel dat ze voor dat liedje hebben gekozen. Met zo’n prachtige samenvatting van het dertigersdilemma. Want Bowie gelooft niet in ‘modern love’ met al haar gefladder en bindingsangst en gebrek aan commitment, en wil zwichten voor de traditionele liefde (‘church on time’), maar dat is het ook niet, want dat ‘makes him party’ en ‘terrifies him’. Dan maar je vertrouwen stellen in de relatie tussen ‘God and man’, je stort je op religie, op filosofie, op een diepgrondige bestudering van het leven, of misschien wel op de banenjacht of op het zo nodig creatief willen zijn. Tot dat je ook weer de keel uit begint te hangen. (Dat alles haalde ik niet meteen uit de lyrics hoor; ik las deze mooie analyse.)

Maar het mooiste is die prachtige akkoordencombinatie, gejat van Little Richard las ik, die zo vergevingsvol klinkt, een combinatie van begripvolheid en relativering. En dat is precies hoe ik me nu tot mijn dertigersgedool verhoud. Of wil verhouden. Ik klaag wel maar met een vrolijke toon. We dolen allemaal.

I’m standing in the wind. I’m lying in the rain. I never wave bye-bye. But I try. I try.

En voeg daar dan nog eens Frances aan toe die balletdansend door de stad rent op en je dag is weer helemaal goed, ik beloof het:

(En dan nu allemaal door naar Spotify om het liedje verder te luisteren, op repeat!)

Grijs midden, barbapapaland, veelkleurige bontheid?

Update: de documentaire wordt op 3 januari getoond in Studio K.

Leren doe je als kind vaak spelenderwijs. Wat leert dat je over gender? Ik leerde als kind dat klussen iets voor mannen is en koken iets voor vrouwen. Dat het heel geëmancipeerd is als een vrouw boort en als een man kookt. Ik leerde dat mannelijkheid iets donkers, blauws en zwaars is, en vrouwelijkheid iets rozeroods en lichts is. Ik leerde dat mannen macht hebben en dat vrouwen lief zijn.

Wijs een willekeurig voorwerp aan en de meeste mensen kunnen zeggen of ze het mannelijk of vrouwelijk vinden. Gender gaat veel en veel verder dan wat je tussen je benen hebt, of je wel of geen borsten hebt en in welke verhouding oestrogenen en testosteron rondzwerven in je lichaam. Gender doordrenkt werkelijk álles.

Als doorgewinterde feministe vind ik dat meestal ontzettend stom. Punt. Toch is het ook wel eens leuk om na te denken, door te denken, over waaróm het eigenlijk ook alweer stom is, of het áltijd stom is, of we er iets aan kunnen doen… Dat gebeurde afgelopen donderdagavond bij een thema-avond over genderneutraliteit van FemNet, het feministisch netwerk van GroenLinks.

DSCN2255

DSCN2257
Documentairemaakster Sterre de Jong vertoonde daar N for Neutral. In deze documentaire stelt ze de vraag waarom we van volwassen mensen verwachten dat zij geëmancipeerde levens leiden – waarin niet vastgeroeste ideeën over gender, maar authentieke keuzes leidend zijn – terwijl we kinderen leren dat er twee verschillende soorten mensen zijn die absoluut niet met hetzelfde speelgoed kunnen spelen.


Goede vraag. Juist op het moment dat mensen ver vóór de puberteit nog nauwelijks geslachtelijk gedifferentieerd zijn, willen we ze uit alle macht opdelen in twee helften. Roze of blauwe muisjes, geboortekaartjes die maar in twee kleuren komen, speelgoedwinkels die maar twee soorten speelgoed hebben. Als compensatiestrategie? Omdat we anders in de war raken? Ik weet het niet.

In Zweden, mijn lievelingsland, wordt veel nagedacht over dit probleem. Sterre bezocht er o.a. kinderopvang Egalia, waar kinderen genderneutraal worden opgevoed. Hun begeleiders benaderen de kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier – afhankelijk van hoe het kind zich gedraagt, natuurlijk. Ze troosten huilende jongetjes even lang als huilende meisjes – iets wat, zo blijkt uit onderzoek, meestal niet het geval is, want de meeste volwassenen zijn lief voor huilende meisjes en geven huilende jongens een ‘kop op’. En, groot punt van controverse, in Egalia spelen ze met taal. Ze gebruiken voor iedereen het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ in plaats van ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij).

DSCN2250
Veel mensen schrikken van de benadering. Ik niet zo. Ik vind het er heerlijk uitzien, al die kinderen in verschillende bonte kleuren, en dan het idee dat ze alles mogen zijn wat ze willen. Maar ik snap de weerstand ook wel.

Als je het woord ‘genderneutraal’ hoort, waar denk je dan aan? Wat stel je je voor? Ik denk aan grijs. Een grijzig midden tussen twee kleurige uiteinden. Het klinkt niet erg vrolijk. Zweedse columnisten dachten wel aan iets vrolijks, zij stelden genderneutraliteit voor als een soort barbapapa-land. Grote, kleurige, verschillende wezens met lieve ogen. Maar wel een beetje kinderachtig. Ik stel me zo voor dat dat ook het voornaamste bezwaar is van dit soort critici. Veel mensen associeren gender met seks en seks met volwassenheid, en genderneutraliteit dus met seksloosheid en kinderachtigheid.

Wat is die link tussen gender en seks? Ik vind het een interessante. Hoe fluïde mijn seksuele oriëntatie ook is, mijn seksuele verlangen naar mensen is gegendered: ik merk dat ik specifieke combinaties van mannelijkheid en vrouwelijkheid aantrekkelijk vind. Gender is misschien wel de taal van verlangen. Vandaar ook dat butch-femme weer zo helemaal ‘in’ is – het is sexy, en volgens mij niet vanwege een soort heteronormativiteit maar vanwege een verlangen naar contrast en uitgesprokenheid.


Maar waaróm is gender voor mij en veel anderen een taal van verlangen? Komt dat niet gewoon omdat we van jongs af aan doordrenkt zijn met gender, terwijl dat ook anders zou kunnen? Kunnen contrast en uitgesprokenheid dan niet bestaan in een genderneutrale wereld?

‘Neutraal’ is dan denk ik het verkeerde woord. ‘Neutraal’ klinkt naar allesbehalve uitgesprokenheid en contrast – het klinkt als eenheidsworst. Ik kan me een wereld voorstellen waarin het hebben van een mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel niet dé manier is waarop we mensen indelen. Maar waarin mensen oneindig divers en variabel zijn. Een grote veelkleurigheid, een bonte parade aan mensen. Geen neutraliteit, maar diversiteit.

En ik kan me die wereld ook weer niét voorstellen. Want dualistisch denken, is dat niet gewoon een oermenselijk trekje? Dualiteit kun je natuurlijk overal aan ophangen. Er zijn duizend manieren om de mensheid in tweeën te delen: op grond van haarkleur, huidskleur (dat doen we al regelmatig), links- of rechtshandigheid, de plek waar je woont, het wel of niet kunnen maken van een tong-gootje… Maar ik vind het niet vreemd dat we het zo vaak op grond van ons voortplantingsstelsel doen. Kinderen krijgen blijft iets wat we belangrijk vinden. Niet zo vreemd dus dat we ervan doordrongen zijn welke mensen doorgaans eicellen dan wel zaadcellen kunnen leveren. Ik zie die eigenschappen niet als onze essentie, maar kijk er ook niet van op dat we nou net dáár zo vaak het mes in de taart zetten om deze doormidden te snijden.

Is genderneutraliteit dan een naïeve utopie? Ach, ik weet het niet. Maar kunnen we niet gewoon accepteren dat we nou eenmaal vaak dualistisch denken, en dat dat soms sexy is, en tegelijkertijd leren om al die beperkende stereotypes niet zo serieus nemen? Het zou zo fijn zijn: een wereld waarin meisjes klussen en boren ‘not a big deal’ vinden, in plaats van iets wat papa doet en mama nooit en wat daarom heel bijzonder en emanciperend en misschien wel best moeilijk is voor vrouwen. Dat het woord ‘papadag’ en woord van vroeger kan worden, een woord van die gekke tijd waarin we dachten dat zorgen voor vrouwen natuurlijk is en voor mannen bijzonder. Dat lief zijn, macht hebben, klussen en koken niets te maken hebben met man, vrouw of iets anders zijn. Dat kinderen kortom leren dat waar ze toe in staat zijn, niets te maken heeft met wat er tussen hun benen zit (behalve bij activiteiten waarbij je juist dat lichaamsdeel gebruikt).

Hoe denken julli dat een genderneutrale wereld eruit zou zien? Zou je in een wereld willen leven waar gender geen rol speelt?

Wil je de docu N for Neutral ook bekijken? Houd de facebookpagina in de gaten voor nieuws over screenings!