Een vloeiende wereld

Dit is een spannende blogpost, want het gaat over iets heel persoonlijks. Ik ben afgelopen zomer namelijk gediagnosticeerd met ADD, de ‘dromerige’ vorm van ADHD. Dat was wel even wennen: ik, ADHD? Ik ben toch geen drukke stuiterbal? Maar nu ik echt snap wat ADHD is, vallen er veel puzzelstukjes op hun plek.

DSCN2103

Stuiterende jongetjes

AD(H)D wordt vaak niet goed begrepen. Als ik vroeger aan ADHD dacht, zag ik een stuiterend jongetje voor me. Een moeilijk opvoedbaar kind dat iedereen tot last is, ook al bedoelt hij het nog zo goed. Maar lang niet alle ADHD’ers zijn druk (of lastig). ADHD kan zich op veel manieren uiten: als dromerigheid, ongeorganiseerdheid, creativiteit of het vermogen analytische verbanden te leggen. ADHD kan een valkuil zijn, maar ook een talent. En vrouwen hebben net zo vaak ADHD als mannen, alleen komen ze er vaak pas op latere leeftijd achter.

DSCN2355

Hee, een konijn!

Ik was altijd al een dromerig kind dat veel tijd doorbracht in haar eigen hoofd, in haar eigen wereld. Ik was langzaam met alles: met mijn jas aandoen, mijn spullen pakken, rekensommen maken, reageren op instructies. Op de achterbank van de auto keek ik uit het raam en verzon ik verhalen over een jongen en een meisje die samen op reis waren, in bomen klommen en bij boerderijen aanbelden om te vragen of ze mee mochten eten. Maar als mijn moeder riep ‘Hee, een konijn! Daar in het veld!’, dan reageerde ik veel te laat: ‘Waar dan? Ik zie ‘m niet!’. Vaak met een onbedaarlijke huilbui tot gevolg, terwijl we dat veld met dat konijn allang weer voorbijgereden waren en mijn broers er niets van begrepen hoe ik dat konijn nou had kunnen missen.

DSCN1885

Prikkels

De kern van ADHD is dat je hersenen prikkels minder filteren en minder dempen. Prikkels zijn alle zintuiglijke waarnemingen die je doet: alles wat je hoort, ziet, ruikt, proeft en voelt. Er komen per seconde duizenden prikkels op je af. Je hersenen maken daarin automatisch een selectie, omdat je anders helemaal gek wordt van al die input. Je hebt als het ware een filter waardoor sommige prikkels wel worden binnengelaten, en andere niet. Bij iemand met ADHD komen er meer prikkels door die filter heen. Er komt teveel binnen om meteen te kunnen verwerken, en dus word je af en toe alsnog helemaal gek. ADHD’ers reageren dat vooral af naar buiten, ADD’ers meer naar binnen. (Officieel is ADD een subtype van ADHD.)

Markeerstift

Die zogenaamde filter heeft veel te maken met het hersenstofje dopamine. Dopamine werkt als een markeerstift: het markeert bepaalde prikkels, zodat andere prikkels naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt erop dat mensen met ADHD minder dopamine ter beschikking hebben in bepaalde hersengebieden. Je kunt proberen dat dopamine-tekort op te lossen door sloten koffie te drinken, een kettingroker te worden, drugs te gebruiken, overmatig te sporten en enorme hoeveelheden chocola te eten. Maar vaak zal dat niet genoeg helpen en sommige van deze voorbeelden zijn erg ongezond. Ritalin is dan toch een stuk makkelijker en gezonder.

DSCN2281

Vloeiender

Als ik ADD moet uitleggen in mijn eigen taal, zou ik zeggen: alles is vloeiender, minder concreet, minder tastbaar. Gedachten, ideeën en waarnemingen vloeien meer door elkaar, zijn minder goed van elkaar te onderscheiden. Op goede momenten is dat fijn. Het is in zekere zin heel esthetisch. Op slechte momenten voelt het als drijfzand, ik verlies de grond onder mijn voeten en heb sloten energie nodig om mezelf steeds weer uit het moeras te hijsen.

Met ritalin voelt het alsof alles meer vaste vorm krijgt. Gedachten, ideeën en waarnemingen zijn meer gerangschikt in hokjes. Alle lijnen worden wat rechter, ik krijg vaste grond onder mijn voeten. En ik ben niet meer constant zo moe. Ritalin is geen must hoor, er zijn genoeg ADHD’ers die het zonder doen. Maar voor mij is het op dit moment ideaal.

DSCN1900

ADD: de serie

Als je minder goed kunt filteren, heb je heel veel ideeën en kun je van alles over een onderwerp vertellen. De eerste versie van deze blogpost was dan ook drie keer zo lang! Vandaar dat ik er maar meteen een serie van maak. In de volgende afleveringen ga ik o.a. vertellen over verjaardagsfeestjes, onwetende journalisten, langzaam zijn, impulsiviteit, wat er gebeurt als je tevéél dopamine hebt, en waar die H van hyperactief nou mee te maken heeft. En als je nog iets anders wil weten: ik sta open voor verzoeknummers!

Ik ben sowieso benieuwd naar jullie vragen en reacties. En waar ik ook benieuwd naar ben is:

  • Wat voor beeld verschijnt er op jullie netvlies als je je een stereotype ADHD’er of ADD’er voorstelt? 
  • Ken je mensen in je omgeving die op latere leeftijd de diagnose kregen? 
  • Of heb je zelf AD(H)D en hoe lang weet je dat al?
Advertenties

Zonnepanelen als je huurt en geen spaargeld hebt

In ons gezellige, burgerlijke queer huishouden ontbreekt nog iets. Zonnepanelen op ons dak! We vinden het leuk om ons bezig te houden met milieuvriendelijk leven en het lijkt ons erg gaaf om zelf stroom op te kunnen wekken. Uit zonnestralen. Gaan we doen dus! Maar kan dat wel? Er waren een paar obstakels. Maar de oplossingen blijken eenvoudig.



Obstakel 1. We hebben geen koopwoning.

We huren, dus we mogen niet zomaar op eigen houtje zonnepanelen op ons dak leggen. Maar wel bijna.

Onze woningbouwcorporatie is namelijk ook fan van zonnepanelen en vindt het leuk als huurders hiermee aan de slag gaan. Het enige wat we hoefden te doen is een formulier downloaden en invullen, de offerte van de zonnepanelen printen en dit alles opsturen naar onze woningbouwcorporatie. Dit deden we 4 weken geleden. En eergisteren kregen we een brief op de deurmat waarin stond dat we toestemming hebben. Hoera!! Met een lijstje technische voorwaarden, dat wel. Die gaan we inscannen en naar de installateur sturen.

Financieel is het zelfs heel gunstig om het zo te doen. Want als we verhuizen, krijgen we een vergoeding van de woningbouw. Ze gaan er vanuit dat de zonnepanelen twintig jaar meegaan. Als we na 1 jaar verhuizen, krijgen we dus wel 19/20ste van de investering terug! Na 3 jaar 17/20ste. En na tien jaar dus nog steeds de helft. Terwijl de kans groot is dat we onze investering dan al hebben terugverdiend. (Als de politiek meewerkt – daarover volgende week meer.)

Obstakel 2. We hebben weinig spaargeld

We mogen niet klagen, maar rijk zijn we niet. En dus hebben we niet genoeg spaargeld om zomaar zo’n 3000 euro op het dak te leggen. Maar ook dat hoeft geen probleem te zijn.

Als je minder dan twee keer modaal verdient, kun je in Utrecht en veel andere gemeentes een duurzaamheidslening aanvragen. Dat is een lening voor een heel laag rentepercentage, die je tien jaar lang elke maand aflost. Ons aflossingsbedrag is minder hoog dan wat we op onze energierekening besparen door zonnepanelen te leggen.* En na tien jaar zijn de zonnepanelen helemaal van ons en krijgen we gewoon gratis stroom.

Maar ook voordat we de investering eruit hebben zijn we al blij, want vanaf dag één zorgen we ervoor dat er meer groene stroom wordt opgewekt in Nederland, en er dus minder milieuonvriendelijke stroom hoeft te worden geproduceerd.

We hebben deze week onze aanvraag voor de duurzaamheidslening ingediend. Zo spannend!

Ook interesse in een duurzaamheidslening? De precieze voorwaarden voor een duurzaamheidslening verschillen per gemeente. Elke gemeente bepaalt namelijk haar eigen voorwaarden. Je kunt ze hier opzoeken.

* Informatie aangepast. Ik dacht eerst dat we alleen het bedrag besparen dat we nu aan stroom betalen.  Maar we besparen feitelijk nog méer op de energierekening dan dat. Lees het hier.

Hoeveel zonnepanelen heb je eigenlijk nodig?

Voor bij wie het ondertussen is gaan kriebelen, geef ik ook mog even antwoord op deze veelgestelde vraag. Hoeveel zonnepanelen je nodig hebt ligt aan drie dingen: de hoeveelheid stroom die je wilt opwekken, de hoeveelheid Watt-piek per zonnepaneel, en je dak.

Je bepaalt zelf hoeveel stroom je op wilt wekken. Het is in elk geval verstandig om niet meer stroom op te wekken dan je verbruikt, want voor het overschot krijg je maar een lage vergoeding. Houd ook rekening met je verwachte stroomverbruik in de komende tien jaar: heb je een kinderwens of gaan je kinderen juist het huis uit? Wil je nog energieverslindende apparaten zoals een droger aanschaffen? Of wil je bijvoorbeeld, zoals wij, je gasfornuis inruilen voor een inductiefornuis?

Wij kiezen ervoor om bijna al onze stroom met zonnepanelen op te wekken. We hebben nu een jaarverbruik van 1680 KwH, maar willen overstappen van gas naar inductie. Daarmee verbruik je ongeveer  200 KwH per jaar (en 37 kubieke meter gas minder) waarmee wij op 1880 KwH per jaar uitkomen. Bovendien verwachten we in de toekomst meer energie te gaan verbruiken, bijvoorbeeld omdat we uiteindelijk wel een droger zullen aanschaffen. We willen dus ongeveer 1880 KwH opwekken, maar iets meer mag ook.

Vervolgens kun je een rekensommetje maken. Een zonnepaneel heeft een bepaalde hoeveelheid Watt-piek, tegenwoordig vaak ongeveer 260. Bij een schuin dak op het zuiden waar geen schaduw op valt, is de vuistregel dat je de totale hoeveelheid wattpiek met factor 0,9 kunt vermenigvuldigen om de opbrengst in KwH te berekenen. Dat betekent dat één zonnepaneel per jaar ongeveer 0,9 x 260 = 234 kwh oplevert. Heb je een oost-west dak of veel schaduw, dan is de opbrengst lager. Let wel op: dit is een grove schatting!

Wij kiezen voor zonnepanelen van 260 KwH en hebben een schuin dak op het zuiden met nauwelijks schaduw. We willen ongeveer 1880 KwH (of iets meer) opwekken.  Daarmee zijn 8 zonnepanelen voor ons dus ideaal: 8×260=2080 Watt-piek, dus dan kom je aan 0,9×2080=1872 KwH opbrengst per jaar. Valt de opbrengst iets hoger uit dan is dat niet erg, wat lager kan ook niet veel kwaad.

En nu afwachten!

Ik houd jullie op de hoogte van onze zonnepaneel-avonturen. Over een maand horen we waarschijnlijk of de lening definitief doorgaat! In de tussentijd schrijf ik volgende week alvast een vervolg op deze blog waarin ik inga op een lastig dilemma rondom zonnepanelen: de toekomst van het salderen.

Ik ben benieuwd wie van jullie al zonnepanelen heeft, en zo niet, of je overweegt om ze aan te schaffen. Laat hieronder je reactie achter!

Wandelen in de kou, hert gezien

Het was koud in het bos. Dit keer had ik een wandelmaatje. We liepen te kleumen. Pauzes konden niet echt, want dan werd het kleumen nog erger.


DSCN2262 - kopie
DSCN2282 DSCN2289

Zo mistig en koud als de foto’s eruitzien was het ook echt. Als een echte die hard leende ik mijn handschoenen uit aan mijn wandelmaatje, die ze vergeten was. Met mijn handen diep in mijn zakken was het wel te doen. Wandelende voorbijgangers waren diep weggedoken in hun sjaal, of hadden mutsen op.DSCN2294 DSCN2306

En we zagen dus een hert. Een groot levend wezen tussen de bomen. Ongeveer tien meter van ons vandaan.  DSCN2316DSCN2317

We wilden nog iets drinken en eten na afloop, even warm worden. Ik stelde me voor: bruin café, haardvuur. Maar het werd een Chinees restaurant. Waterlelies in een vijver, harmonieuze muziek. Per ongeluk zat er vlees in mijn soep. Het was erg lekker.

DSCN2324

Grijs midden, barbapapaland, veelkleurige bontheid?

Update: de documentaire wordt op 3 januari getoond in Studio K.

Leren doe je als kind vaak spelenderwijs. Wat leert dat je over gender? Ik leerde als kind dat klussen iets voor mannen is en koken iets voor vrouwen. Dat het heel geëmancipeerd is als een vrouw boort en als een man kookt. Ik leerde dat mannelijkheid iets donkers, blauws en zwaars is, en vrouwelijkheid iets rozeroods en lichts is. Ik leerde dat mannen macht hebben en dat vrouwen lief zijn.

Wijs een willekeurig voorwerp aan en de meeste mensen kunnen zeggen of ze het mannelijk of vrouwelijk vinden. Gender gaat veel en veel verder dan wat je tussen je benen hebt, of je wel of geen borsten hebt en in welke verhouding oestrogenen en testosteron rondzwerven in je lichaam. Gender doordrenkt werkelijk álles.

Als doorgewinterde feministe vind ik dat meestal ontzettend stom. Punt. Toch is het ook wel eens leuk om na te denken, door te denken, over waaróm het eigenlijk ook alweer stom is, of het áltijd stom is, of we er iets aan kunnen doen… Dat gebeurde afgelopen donderdagavond bij een thema-avond over genderneutraliteit van FemNet, het feministisch netwerk van GroenLinks.

DSCN2255

DSCN2257
Documentairemaakster Sterre de Jong vertoonde daar N for Neutral. In deze documentaire stelt ze de vraag waarom we van volwassen mensen verwachten dat zij geëmancipeerde levens leiden – waarin niet vastgeroeste ideeën over gender, maar authentieke keuzes leidend zijn – terwijl we kinderen leren dat er twee verschillende soorten mensen zijn die absoluut niet met hetzelfde speelgoed kunnen spelen.


Goede vraag. Juist op het moment dat mensen ver vóór de puberteit nog nauwelijks geslachtelijk gedifferentieerd zijn, willen we ze uit alle macht opdelen in twee helften. Roze of blauwe muisjes, geboortekaartjes die maar in twee kleuren komen, speelgoedwinkels die maar twee soorten speelgoed hebben. Als compensatiestrategie? Omdat we anders in de war raken? Ik weet het niet.

In Zweden, mijn lievelingsland, wordt veel nagedacht over dit probleem. Sterre bezocht er o.a. kinderopvang Egalia, waar kinderen genderneutraal worden opgevoed. Hun begeleiders benaderen de kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier – afhankelijk van hoe het kind zich gedraagt, natuurlijk. Ze troosten huilende jongetjes even lang als huilende meisjes – iets wat, zo blijkt uit onderzoek, meestal niet het geval is, want de meeste volwassenen zijn lief voor huilende meisjes en geven huilende jongens een ‘kop op’. En, groot punt van controverse, in Egalia spelen ze met taal. Ze gebruiken voor iedereen het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ in plaats van ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij).

DSCN2250
Veel mensen schrikken van de benadering. Ik niet zo. Ik vind het er heerlijk uitzien, al die kinderen in verschillende bonte kleuren, en dan het idee dat ze alles mogen zijn wat ze willen. Maar ik snap de weerstand ook wel.

Als je het woord ‘genderneutraal’ hoort, waar denk je dan aan? Wat stel je je voor? Ik denk aan grijs. Een grijzig midden tussen twee kleurige uiteinden. Het klinkt niet erg vrolijk. Zweedse columnisten dachten wel aan iets vrolijks, zij stelden genderneutraliteit voor als een soort barbapapa-land. Grote, kleurige, verschillende wezens met lieve ogen. Maar wel een beetje kinderachtig. Ik stel me zo voor dat dat ook het voornaamste bezwaar is van dit soort critici. Veel mensen associeren gender met seks en seks met volwassenheid, en genderneutraliteit dus met seksloosheid en kinderachtigheid.

Wat is die link tussen gender en seks? Ik vind het een interessante. Hoe fluïde mijn seksuele oriëntatie ook is, mijn seksuele verlangen naar mensen is gegendered: ik merk dat ik specifieke combinaties van mannelijkheid en vrouwelijkheid aantrekkelijk vind. Gender is misschien wel de taal van verlangen. Vandaar ook dat butch-femme weer zo helemaal ‘in’ is – het is sexy, en volgens mij niet vanwege een soort heteronormativiteit maar vanwege een verlangen naar contrast en uitgesprokenheid.


Maar waaróm is gender voor mij en veel anderen een taal van verlangen? Komt dat niet gewoon omdat we van jongs af aan doordrenkt zijn met gender, terwijl dat ook anders zou kunnen? Kunnen contrast en uitgesprokenheid dan niet bestaan in een genderneutrale wereld?

‘Neutraal’ is dan denk ik het verkeerde woord. ‘Neutraal’ klinkt naar allesbehalve uitgesprokenheid en contrast – het klinkt als eenheidsworst. Ik kan me een wereld voorstellen waarin het hebben van een mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel niet dé manier is waarop we mensen indelen. Maar waarin mensen oneindig divers en variabel zijn. Een grote veelkleurigheid, een bonte parade aan mensen. Geen neutraliteit, maar diversiteit.

En ik kan me die wereld ook weer niét voorstellen. Want dualistisch denken, is dat niet gewoon een oermenselijk trekje? Dualiteit kun je natuurlijk overal aan ophangen. Er zijn duizend manieren om de mensheid in tweeën te delen: op grond van haarkleur, huidskleur (dat doen we al regelmatig), links- of rechtshandigheid, de plek waar je woont, het wel of niet kunnen maken van een tong-gootje… Maar ik vind het niet vreemd dat we het zo vaak op grond van ons voortplantingsstelsel doen. Kinderen krijgen blijft iets wat we belangrijk vinden. Niet zo vreemd dus dat we ervan doordrongen zijn welke mensen doorgaans eicellen dan wel zaadcellen kunnen leveren. Ik zie die eigenschappen niet als onze essentie, maar kijk er ook niet van op dat we nou net dáár zo vaak het mes in de taart zetten om deze doormidden te snijden.

Is genderneutraliteit dan een naïeve utopie? Ach, ik weet het niet. Maar kunnen we niet gewoon accepteren dat we nou eenmaal vaak dualistisch denken, en dat dat soms sexy is, en tegelijkertijd leren om al die beperkende stereotypes niet zo serieus nemen? Het zou zo fijn zijn: een wereld waarin meisjes klussen en boren ‘not a big deal’ vinden, in plaats van iets wat papa doet en mama nooit en wat daarom heel bijzonder en emanciperend en misschien wel best moeilijk is voor vrouwen. Dat het woord ‘papadag’ en woord van vroeger kan worden, een woord van die gekke tijd waarin we dachten dat zorgen voor vrouwen natuurlijk is en voor mannen bijzonder. Dat lief zijn, macht hebben, klussen en koken niets te maken hebben met man, vrouw of iets anders zijn. Dat kinderen kortom leren dat waar ze toe in staat zijn, niets te maken heeft met wat er tussen hun benen zit (behalve bij activiteiten waarbij je juist dat lichaamsdeel gebruikt).

Hoe denken julli dat een genderneutrale wereld eruit zou zien? Zou je in een wereld willen leven waar gender geen rol speelt?

Wil je de docu N for Neutral ook bekijken? Houd de facebookpagina in de gaten voor nieuws over screenings!

Walking on my own

DSCN2167

Gisteren heb ik in het bos gewandeld. In mijn eentje, want de vriendin met wie ik zou gaan was misselijk en bleef natuurlijk liever thuis. Ik kwam er pas op het laatste moment achter, omdat mijn telefoon op stil stond (en de batterij was ook bijna op. Ik ben niet zo goed met mijn mobiele telefoon.) Vlak voordat de trein waar zij in zou zitten het perron opreed, zag ik haar appje, smsje en gemiste oproepen. Whaah!

Maar toevallig was net de gedachte in me opgekomen dat ik zo’n enorme wandelpro aan het worden ben, dat ik ook wel eens in mijn eentje zou kunnen wandelen. Dus besloot ik dat meteen in de praktijk gaan brengen. Vond ik best stoer van mezelf.Grappig dat in je eentje een hele wandeling maken iets is waarvoor je een drempel over moet. Die vriendin, die nog veel meer een wandelpro is dan ik, liep vroeger ook liever niet in haar eentje. Uit angst voor… ik weet eigenlijk niet precies wat. Enge mannen in de bosjes? Toevallig heb ik onderzoek gedaan naar seksueel geweld en weet ik dat enge mannen meestal niet in de bosjes op je liggen te wachten. Doorgaans ken je die enge mannen al of heb je er zelfs een relatie mee… Dat zei ik dus nog maar een paar keer tegen mezelf, daar zittend in de trein.

Ik vroeg me ook af of het niet saai zou zijn om in mijn eentje te wandelen. Of ongemakkelijk, een beetje zoals in je eentje in een restaurant zitten. Al die angsten bleken gelukkig ongegrond.

DSCN2150

Het was namelijk heerlijk! Het was een soort hele lange mindfulnessoefening zonder dat het vervelend en frustrerend was (helaas vind ik mindfulness vaak vervelend en frustrerend, maar de laatste tijd niet meer zo, daar ga ik nog over schrijven.) In je eentje zie je meer, ruik je meer en voel je meer.

Het was fijn om helemaal alleen te zijn. En toch ook niet vervelend toen ik wel mensen (met honden) tegenkwam en daar een kort praatje mee maakte. Over hoe mooi het is nu de bladeren al verkleuren, over de leukheid van het maken van herfstfoto’s en over het speldje dat de lange haren van het schattige ceasarhondje uit z’n ogen hield (echt waar). Van die korte wandelpraatjes waarbij je, als je niks meer te zeggen hebt, gewoon weer verder wandelt zonder een fatsoenlijke afsluiting, wat ik een opluchting vind want ik weet nooit hoe je dat soort spontane gesprekjes fatsoenlijk moet afsluiten. Smalltalk is zeg maar niet zo mijn ding.

Hier wonen vast elfjes!
Het was een ingekorte NS-wandeling van 8 km, tegenwoordig weer goed te doen voor mij. Tijdens mijn burnout kon ik helemaal niet ver wandelen. Ik raakte dan na een uur al helemaal uitgeput. Ik ben zo blij dat die periode nu voorbij is en ik weer echt dingen kán.

Het is ook wennen om weer op mijn lichaam te kunnen vertrouwen. Elke keer als ik op het punt sta om iets potentieel vermoeiends te doen, ben ik bij voorbaat al gespannen. Ik ben dan bang dat ik het niet ga volhouden en mezelf in uitgeputte staat naar huis toe zal moet slepen in de wetenschap dat ik niet goed voor mezelf heb gezorgd (en dat laatste is misschien nog het ergste). Elke keer dat ik toch op stap ga ben ik dan ook heel trots en dankbaar dat het nu wél weer kan.

DSCN2218

Een voordeel van in je eentje wandelen is dat je ongegeneerd van elke scheet een foto kunt maken. En daar houd ik van! Als ik eenmaal mijn camera heb gepakt zie ik ineens zoveel mooie dingen om me heen en kan ik niet meer stoppen met kijken, kijken en nog eens kijken. Alsof ik hyperactieve ogen op steeltjes heb. (Niet zo mindful maar wel leuk.)

Ik vind het leuk om zo ver in te zoomen dat je niet meer goed ziet wat iets eigenlijk is. Je kadert dingen dan niet in als een ding, en daarom zie je veel beter de esthetiek van de vormen en kleuren en compositie.

DSCN2191

Ik vond het zo fijn in mijn eentje in het bos dat ik het jammer vond om weer tussen de mensen te zijn. Maar op weg naar huis in de trein, toen alle duffe Nederlandse stads- en dorperigheid aan me voorbijflitste, bedacht ik me dat het bos er altijd is. Je zou het niet denken met al die keurig op een rijtje geplaatste huizen die ons continu omringen, maar het grote donkere bos ligt er altijd achter. Er is altijd een plek waar je helemaal alleen kunt zijn zonder dat je je tot andere mensen hoeft te verhouden. (Of waar je gezellig met een vriendin kunt gaan wandelen wanneer die weer beter is.)

Wandelen jullie wel eens in je eentje? Moet je dan ook over een drempel heen?

Blog? Blog!

Van alle kanten vragen mensen aan me of ik niet eens wat meer zou willen schrijven. Want schrijven was toch mijn ding? Als kind vond ik het al geweldig om verhaaltjes te schrijven. Over konijnen, andere werelden, magische potloden en de belevenissen van een meisje genaamd Dora. De vergeelde typemachineblaadjes liggen nog ergens in een doos op zolder, en elke keer dat ik ze tegenkom bij het opruimen is het opruimen meteen weer voorbij omdat ik ze dan allemaal ga lezen.

Als puber in de kast vrolijkte ik mezelf op door romantische lesbische verhaaltjes mét happy end te schrijven. Als student schreef ik columns voor het blaadje van LHBT-jongerenvereniging DITO, en werd ik redacteur van feministisch tijdschrift LOVER. En toen ik bij kenniscentrum Rutgers werkte, schreef ik voor Sense.info teksten over lichaam, relaties en seks, o.a. voor transgender jongeren.

Eng

Ik weet dat ik een vlotte pen en een goed taalgevoel heb (jeetje, dat ik dat zomaar durf te zeggen), maar toch vind ik schrijven eng. En dat komt juist omdat ik weet dat ik het goed kan, en omdat andere mensen het ook zeggen. Dat maakt me perfectionistisch. Als ik het goed kan, dan moet wat ik schrijf namelijk elke keer geweldig zijn! Dan mag het nooit een keertje suf of saai zijn. Ik moet altijd inspiratie hebben. Ik mag niet met clichés aankomen of onorigineel zijn. Enz. enz.

Meters maken

Ik ben dat perfectionisme en die faalangst een beetje zat en heb daarom, na aandringen van een paar lieve vrienden, besloten om gewoon weer lekker te gaan schrijven. Kan mij het schelen of het wel of niet perfect is, ik ga gewoon meters maken. Dat is ook de boodschap die centraal staat in het boek Writing down the bones van Natalie Goldberg. En in de schrijfcursus die ik aan het volgen ben. Over beide ga ik vast nog veel vertellen op mijn blog.

Het plan

Goed, mijn blog dus. Ik ben van plan om elke week in elk geval één blogpost te schrijven. Om te beginnen. Je weet wel, babysteps. En als dat lukt ga ik het opvoeren. Waar ik dan over ga schrijven? Over alles wat mij bezighoudt. Alles waar ik wel eens gedachten over heb – en aangezien mijn ADD-hoofd nooit stilstaat is dat nogal wat.

Zomaar wat voorbeelden:

  • Bioboodschappen, zonnepanelen en leven zonder auto
  • Klussen met twee linkerhanden
  • Creatief met faalangst
  • De Altijd Denkende Draaimolen in mijn hoofd: over mijn ADD-diagnose
  • Mijn frustraties en triomfen met yoga en mindfulness
  • Een burnout krijgen op je 28e
  • De belevenissen van onze bejaarde kat (hoewel ze eigenlijk vooral veel ligt te slapen. Hmm…)
  • Ons burgerlijke queer leven als trans-cis lesbisch/bi-achtig feministisch koppel
  • Wat ik allemaal vind van transgenderemancipatie
  • Hoe ervoor te zorgen dat je elke ochtend opstaat, elke avond naar bed gaat, drie maaltijden eet, je huis geen puinhoop wordt en je het ook nog een beetje leuk hebt.

Ik heb wat te doen de komende tijd!