Down the rabbit hole, of mijn ResearchGate verslaving

rabbit hole

Je weet wel, het konijnenhol waar Alice (van Wonderland) doorheen valt en allemaal avonturen beleeft? Mij doet het beeld denken aan de  gedachtekronkels in mijn hoofd. Aan de manier waarop mijn associaties mij dikwijls zomaar van het rechte denkpad af laten dwalen. Ik tuimel door het gat heen en kan vervolgens niet meer zomaar terugklauteren, want ik ben de tijd helemaal vergeten en weet ook niet meer wat ik ook alweer aan het doen was. Leuk hoor, maar ook wel lastig. En internet maakt die tuimeling nog veel makkelijker: in een YouTube filmpje had een ADHD-vlogger het over ‘falling down the Youtube hole’. Hoe je door het (konijnen?)hol  van YouTube kunt vallen en al klikkend steeds verder wegdrijven van wat je eigenlijk aan het doen was.

Ik heb dat niet alleen met YouTube, maar ook met ResearchGate. Als rechtgeaarde nerd vind ik ResearchGate geweldig. Het is een soort facebook voor onderzoekers: je maakt als onderzoeker een profiel aan, voegt collega-onderzoekers als ‘ResearchGate-vrienden’ toe en zet al je wetenschappelijke artikelen online. Vervolgens mag je ongegeneerd urenlang door al die andere artikelen snuffelen. En het meest geweldige is dat er onder elk artikel weer een hele lijst staat van nieuwe wetenschappelijke studies, die naar dit onderzoek hebben verwezen.

Zo ben je wel even zoet. Vooral natuurlijk als je niet alleen een nerd bent, maar ook ADHD hebt. Want dan laat je je maar al te graag lekker afleiden. En klik je impulsief op elke titel die ook maar een klein beetje nieuwsgierigheid opwekt. En vergeet je vervolgens niet alleen de tijd, maar ben je ineens ook kwijt waarom je hier ook alweer was beland en wat je nou eigenlijk op had willen zoeken. Ja, het konijnenhol dus.

Vind een beroep waarbij je professioneel ADHD’er mag zijn, las ik ergens. Misschien heb ik het gevonden. Want sinds kort doe ik een cursus wetenschapsjournalistiek. En waar ik heel even bang was dat ik nooit genoeg onderwerpen zou kunnen verzinnen om over te schrijven, weet ik nu wel beter. In het ResearchGate konijnenhol kom ik vanzelf zoveel onderwerpen op het spoor dat ik nooit om inspiratie verlegen hoef te zitten. Alleen moet ik dan natuurlijk wel zorgen dat ik ook weer úit het konijnenhol kom, anders komen die artikelen er natuurlijk nooit.

Op eigen risico: http://www.researchgate.net.

Advertenties

Grijs midden, barbapapaland, veelkleurige bontheid?

Update: de documentaire wordt op 3 januari getoond in Studio K.

Leren doe je als kind vaak spelenderwijs. Wat leert dat je over gender? Ik leerde als kind dat klussen iets voor mannen is en koken iets voor vrouwen. Dat het heel geëmancipeerd is als een vrouw boort en als een man kookt. Ik leerde dat mannelijkheid iets donkers, blauws en zwaars is, en vrouwelijkheid iets rozeroods en lichts is. Ik leerde dat mannen macht hebben en dat vrouwen lief zijn.

Wijs een willekeurig voorwerp aan en de meeste mensen kunnen zeggen of ze het mannelijk of vrouwelijk vinden. Gender gaat veel en veel verder dan wat je tussen je benen hebt, of je wel of geen borsten hebt en in welke verhouding oestrogenen en testosteron rondzwerven in je lichaam. Gender doordrenkt werkelijk álles.

Als doorgewinterde feministe vind ik dat meestal ontzettend stom. Punt. Toch is het ook wel eens leuk om na te denken, door te denken, over waaróm het eigenlijk ook alweer stom is, of het áltijd stom is, of we er iets aan kunnen doen… Dat gebeurde afgelopen donderdagavond bij een thema-avond over genderneutraliteit van FemNet, het feministisch netwerk van GroenLinks.

DSCN2255

DSCN2257
Documentairemaakster Sterre de Jong vertoonde daar N for Neutral. In deze documentaire stelt ze de vraag waarom we van volwassen mensen verwachten dat zij geëmancipeerde levens leiden – waarin niet vastgeroeste ideeën over gender, maar authentieke keuzes leidend zijn – terwijl we kinderen leren dat er twee verschillende soorten mensen zijn die absoluut niet met hetzelfde speelgoed kunnen spelen.


Goede vraag. Juist op het moment dat mensen ver vóór de puberteit nog nauwelijks geslachtelijk gedifferentieerd zijn, willen we ze uit alle macht opdelen in twee helften. Roze of blauwe muisjes, geboortekaartjes die maar in twee kleuren komen, speelgoedwinkels die maar twee soorten speelgoed hebben. Als compensatiestrategie? Omdat we anders in de war raken? Ik weet het niet.

In Zweden, mijn lievelingsland, wordt veel nagedacht over dit probleem. Sterre bezocht er o.a. kinderopvang Egalia, waar kinderen genderneutraal worden opgevoed. Hun begeleiders benaderen de kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier – afhankelijk van hoe het kind zich gedraagt, natuurlijk. Ze troosten huilende jongetjes even lang als huilende meisjes – iets wat, zo blijkt uit onderzoek, meestal niet het geval is, want de meeste volwassenen zijn lief voor huilende meisjes en geven huilende jongens een ‘kop op’. En, groot punt van controverse, in Egalia spelen ze met taal. Ze gebruiken voor iedereen het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ in plaats van ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij).

DSCN2250
Veel mensen schrikken van de benadering. Ik niet zo. Ik vind het er heerlijk uitzien, al die kinderen in verschillende bonte kleuren, en dan het idee dat ze alles mogen zijn wat ze willen. Maar ik snap de weerstand ook wel.

Als je het woord ‘genderneutraal’ hoort, waar denk je dan aan? Wat stel je je voor? Ik denk aan grijs. Een grijzig midden tussen twee kleurige uiteinden. Het klinkt niet erg vrolijk. Zweedse columnisten dachten wel aan iets vrolijks, zij stelden genderneutraliteit voor als een soort barbapapa-land. Grote, kleurige, verschillende wezens met lieve ogen. Maar wel een beetje kinderachtig. Ik stel me zo voor dat dat ook het voornaamste bezwaar is van dit soort critici. Veel mensen associeren gender met seks en seks met volwassenheid, en genderneutraliteit dus met seksloosheid en kinderachtigheid.

Wat is die link tussen gender en seks? Ik vind het een interessante. Hoe fluïde mijn seksuele oriëntatie ook is, mijn seksuele verlangen naar mensen is gegendered: ik merk dat ik specifieke combinaties van mannelijkheid en vrouwelijkheid aantrekkelijk vind. Gender is misschien wel de taal van verlangen. Vandaar ook dat butch-femme weer zo helemaal ‘in’ is – het is sexy, en volgens mij niet vanwege een soort heteronormativiteit maar vanwege een verlangen naar contrast en uitgesprokenheid.


Maar waaróm is gender voor mij en veel anderen een taal van verlangen? Komt dat niet gewoon omdat we van jongs af aan doordrenkt zijn met gender, terwijl dat ook anders zou kunnen? Kunnen contrast en uitgesprokenheid dan niet bestaan in een genderneutrale wereld?

‘Neutraal’ is dan denk ik het verkeerde woord. ‘Neutraal’ klinkt naar allesbehalve uitgesprokenheid en contrast – het klinkt als eenheidsworst. Ik kan me een wereld voorstellen waarin het hebben van een mannelijk of vrouwelijk voortplantingsstelsel niet dé manier is waarop we mensen indelen. Maar waarin mensen oneindig divers en variabel zijn. Een grote veelkleurigheid, een bonte parade aan mensen. Geen neutraliteit, maar diversiteit.

En ik kan me die wereld ook weer niét voorstellen. Want dualistisch denken, is dat niet gewoon een oermenselijk trekje? Dualiteit kun je natuurlijk overal aan ophangen. Er zijn duizend manieren om de mensheid in tweeën te delen: op grond van haarkleur, huidskleur (dat doen we al regelmatig), links- of rechtshandigheid, de plek waar je woont, het wel of niet kunnen maken van een tong-gootje… Maar ik vind het niet vreemd dat we het zo vaak op grond van ons voortplantingsstelsel doen. Kinderen krijgen blijft iets wat we belangrijk vinden. Niet zo vreemd dus dat we ervan doordrongen zijn welke mensen doorgaans eicellen dan wel zaadcellen kunnen leveren. Ik zie die eigenschappen niet als onze essentie, maar kijk er ook niet van op dat we nou net dáár zo vaak het mes in de taart zetten om deze doormidden te snijden.

Is genderneutraliteit dan een naïeve utopie? Ach, ik weet het niet. Maar kunnen we niet gewoon accepteren dat we nou eenmaal vaak dualistisch denken, en dat dat soms sexy is, en tegelijkertijd leren om al die beperkende stereotypes niet zo serieus nemen? Het zou zo fijn zijn: een wereld waarin meisjes klussen en boren ‘not a big deal’ vinden, in plaats van iets wat papa doet en mama nooit en wat daarom heel bijzonder en emanciperend en misschien wel best moeilijk is voor vrouwen. Dat het woord ‘papadag’ en woord van vroeger kan worden, een woord van die gekke tijd waarin we dachten dat zorgen voor vrouwen natuurlijk is en voor mannen bijzonder. Dat lief zijn, macht hebben, klussen en koken niets te maken hebben met man, vrouw of iets anders zijn. Dat kinderen kortom leren dat waar ze toe in staat zijn, niets te maken heeft met wat er tussen hun benen zit (behalve bij activiteiten waarbij je juist dat lichaamsdeel gebruikt).

Hoe denken julli dat een genderneutrale wereld eruit zou zien? Zou je in een wereld willen leven waar gender geen rol speelt?

Wil je de docu N for Neutral ook bekijken? Houd de facebookpagina in de gaten voor nieuws over screenings!